Turkse condoleances voor nakomelingen vermoorde Armeniërs

Recep Tayyip Erdogan in het parlement in Ankara.
Recep Tayyip Erdogan in het parlement in Ankara. Foto AP

Premier Recep Tayyip Erdogan van Turkije heeft vandaag de nakomelingen gecondoleerd van Armeniërs die vanaf 1915 het slachtoffer waren van de deportaties en moordpartijen van het Ottomaanse rijk. Het is geen erkenning van de “Armeense genocide”, maar het is wel de eerste keer dat Erdogan zo’n verzoenende toon aanslaat.

De Turkse premier vindt het een “menselijke plicht” om “de wens van Armeniërs om hun lijden uit die periode te herdenken, te begrijpen en te delen”, zo staat in een verklaring. Zijn medeleven gaat uit naar de kleinkinderen van Armeniërs die “in de omstandigheden van het begin van de twintigste eeuw” zijn overleden.

Het bekende standpunt

De verklaring komt aan de vooravond van de jaarlijkse herdenking op 24 april. Inhoudelijk is zij grotendeels een herhaling van het bekende Turkse standpunt, zegt onze correspondent in Turkije Marloes de Koning.

“Hij benadrukt dat veel mensen van verschillende etnische groepen hebben geleden tijdens het uiteenvallen van het Ottomaanse rijk, niet alleen Armeniërs. Dat hij de nabestaanden van Armeniërs condoleert is wel bijzonder en een slimme vlucht naar voren. Tijdens de jaarlijkse herdenking krijgt Turkije over het algemeen veel kritiek uit landen die de genocide erkennen. Op deze manier snijdt hij zijn critici een beetje de pas af.”

Geen/wel genocide

Tussen 1915 en 1917 kwamen volgens de Armeense gemeenschap 1,5 miljoen mensen om. Velen werden gedeporteerd, families raakten al hun bezittingen kwijt. De episode wordt door een aantal landen erkend als volkerenmoord. In Turkije ligt het onderwerp erg gevoelig. De overheid erkent dat er, ook door militairen, misdrijven zijn gepleegd. Van uitroeiing zou echter geen sprake zijn. Journalisten die het openlijk over het onderwerp hadden, zijn in het verleden vervolgd voor “belediging van het Turks-zijn”.

“Volgend jaar is de 100ste herdenking van de genocide. Pogingen uit 2009 om de relatie met buurland Armenië te verbeteren zijn verzand. Het lijkt erop dat Turkije de vele kritiek die dan zeker weer loskomt voor wil zijn. Hoewel het officiële Turkse standpunt onveranderd is, wordt de afgelopen jaren binnen Turkije wel steeds openlijker over de Armeense kwestie gepraat.

“Het thema is weer actueel. Door ontwikkelingen in de oorlog in Syrië worden Turkije, Armeniërs en genocide de afgelopen weken weer vaak in één adem genoemd, wat Turkije uiteraard slecht uitkomt. Een maand geleden namen rebellengroepen in Syrië het stadje Kessab vlak bij de Turkse grens in. Daar wonen nabestaanden van Armeniërs die in 1915 zijn verdreven uit het huidige Turkije. Turkije steunt de oppositie tegen Assad. Veel wijst erop dat Turkije de rebellen steun gaf waardoor ze Kessab en omgeving konden veroveren.

Kessab was een relatief onbekend dorp. Weinig mensen in Turkije wisten dat daar Armeniërs woonden. Maar als gevolg van de verovering door islamitische groepen zijn de (christelijke) Armeense inwoners op de vlucht geslagen. Als gevolg daarvan werd Turkije er door Armeniërs wereldwijd van beschuldigd bij te dragen aan een ‘tweede Armeense genocide’. Al snel bleek dat de berichten over moordpartijen op Armeniërs verzonnen waren, propaganda van Assad, maar het is een uiterst moeilijk dossier voor Turkije. #SaveKessab werd zelfs trending op Twitter.”