Syrisch rebellenbastion Homs staat op instorten

Homs, de stad die in het begin van de Syrische burgeroorlog in 2011 bekend raakte als het bastion van de oppositie, staat op instorten. De regering zegt dat het leger bezig is de laatste wijken van de verwoeste stad te heroveren op de rebellen.

Ook activisten van de oppositie denken dat de rebellen een grootschalig offensief van het regeringsleger niet kunnen tegenhouden. „Wij verwachten dat Homs gaat vallen. De stad kan binnen een paar dagen onder regeringscontrole zijn”, zei een activist in Homs tegen persbureau AP.

Het leger heeft de voorbije maanden successen geboekt tegen de rebellen in het gebied tussen hoofdstad Damascus en Homs en langs de grens met Libanon. Zo zijn bevoorradingsroutes van de rebellen afgesneden.

Veel uitgehongerde burgers hebben de stad verlaten dankzij het staakt-het-vurens na bemiddeling van de VN. Veel strijders zijn vertrokken dankzij een tijdelijke amnestiemaatregel. De resterende strijders zouden vooral tot het Nusra-front behoren, een aan Al- Qaeda gelieerde groepering.

De val van Homs is een zware klap voor de rebellen. Het was de eerste stad waar de oppositie voet aan de grond kreeg en gold als de hoofdstad van het verzet tegen het regime van president Assad. Voor Damascus is Homs ook van strategisch belang, omdat het de weg naar het noorden ontsluit. De rebellen controleren nog wel grote delen van het platteland, vooral in het noorden van Syrië.