Nauwe banden met fabrieksbazen

De regering van Bangladesh besefte dat na ‘Rana Plaza’ snelle actie was geboden. Kleding is goed voor 80 procent van de export en die mocht niet in gevaar komen. In overleg met vertegenwoordigers van andere landen, onder wie de Nederlandse minister Ploumen (Handel en Ontwikkelingssamenwerking), werd afgesproken een serieuze inspectie van de fabrieken op te zetten. Tot dan waren er slechts 50 (corrupte) inspecteurs. De status van de inspectie is opgekrikt en er is nu geld voor 575 inspecteurs (die zullen opereren naast de eigen inspecteurs van westerse bedrijven). Ook werd na lang dubben het minimumloon verhoogd en kregen vakbonden op papier meer vrijheid.

De regering is echter beter in regelgeving dan handhaving. Een probleem is dat ze vanouds nauwe banden onderhoudt met rijke fabrieksbazen en die niet gauw zal lastig vallen. Corruptie is diep geworteld in vrijwel alle lagen van het overheidsapparaat.