Provincies tegen Plasterk: wij willen fusie niet

Minister moet zijn plannen door het parlement loodsen zonder de steun van Noord-Holland, Utrecht en Flevoland.

Minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) moet zijn fusieplan voor Noord-Holland, Utrecht en Flevoland zonder de steun van die provincies door het parlement zien te krijgen.

Gisteravond maakten de commissarissen van de koning van die provincies gezamenlijk bekend dat ze niet akkoord gaan met de fusieplannen zoals Plasterk die nu heeft. Ze vinden dat de nieuwe provincie te weinig nieuwe taken krijgt om zo’n fusie nuttig te laten zijn.

Nu zijn het natuurlijk niet de provincies die moeten instemmen met het wetsvoorstel, maar de leden van de Eerste en Tweede Kamer. Dat weten commissaris van de koning Johan Remkes (VVD) en zijn twee collega-commissarissen (VVD en PvdA) ook. Maar de partijen waarvan Plasterk de steun in de senaat moet zien te krijgen, GroenLinks en D66, zijn wel degelijk gevoelig voor het gebrek aan draagvlak voor de plannen.

Eind vorig jaar riep de Eerste Kamer minister Plasterk al op om zijn plannen voor de zogeheten Noordvleugelprovincie op te schorten, totdat hij een betere analyse heeft gemaakt over het waarom van die fusie. In die motie staat ook expliciet vermeld dat het maatschappelijk draagvlak ontbreekt. Alleen coalitiepartijen VVD en PvdA, plus het op bestuurlijke vernieuwing gerichte D66, stemden tegen de motie.

Maar Plasterk gaat door, reageerde een woordvoerder van zijn ministerie gisteravond. Het kabinet zal binnenkort het wetsvoorstel waarin de fusie wordt voorgesteld, bespreken.

De parlementaire discussie zal zich dan op twee onderwerpen richten: welke taken moet die nieuwe provincie krijgen, en hoe wil het kabinet de rest van Nederland dan eigenlijk indelen?

Volgens Plasterk laatste plannen zou Nederland niet uit de huidige twaalf, maar uit zeven provincies moeten gaan bestaan. In het regeerakkoord stond nog dat het vijf landsdelen moesten worden. Bij nader inzien zouden Friesland, Limburg en Noord-Brabant vanwege hun sterke eigen identiteit niet met een andere provincie te hoeven fuseren. Alleen, constateerde Remkes al begin dit jaar eens, die andere fusies worden niet déze kabinetsperiode geregeld. „Dat blijven dus vogels in de lucht. Een volgend kabinet kan daar met het grootste gemak overheen stappen en heel iets anders afspreken.”

Bij het tweede onderwerp, de taken die de nieuwe provincie moet krijgen, liggen de provincies die meer taken van het Rijk willen overnemen op één lijn met bijvoorbeeld GroenLinks. Zij willen dat die nieuwe provincie meer te zeggen – en dús meer budget – krijgt voor het beheer van natuur en milieu. De provincies betalen nu al de helft van de begroting van Staatsbosbeheer.

Remkes probeerde eerder al om minister-president Rutte, zijn partijgenoot, bij het fusieproces te betrekken. Logisch dat het Plasterk niet lukt, zei hij, want de andere vakministers zien hem aankomen met zijn vraag om taken af te staan aan een ander. Laat Plasterk toch niet zo „spartelen”, riep hij Rutte in februari dit jaar op.

Maar zin had zijn oproep niet. De provincies kregen niets extra en zijn dus afgehaakt. Ook is de beeldvorming niet veranderd. Als Plasterk er de komende maanden met onderhandelen niet uitkomt met GroenLinks en D66, is híj de minister wiens bestuurlijke hervormingen zijn mislukt.