Pretentieloos mijmeren

Lezen // Biografie Astrid Theunissen De schelmenjaren van Martin Bril Meulenhoff, 224 blz. € 17,50 3

Wat verklaart het blijvende succes van Martin Bril? Vijf jaar na zijn dood verschijnen nog steeds nieuw gebundelde Bril-columns in de winkel – thematisch geordend, een opzet waar hij zelf ooit mee begon om de verkoop te bevorderen en het product te blijven moven.

Op hun best zijn dat zenachtige mijmeringen, waarin het denken wordt stilgezet ten gunste van waarnemen; op hun slechtst gemakzuchtige aubades aan het alledaagse.

Met zijn talent voor kleine observaties lijkt Bril op H.J.A. Hofland, al is hij veel radicaler: denkwerk moet bij hem, lijkt het wel, actief buiten de deur worden gehouden, want het verwart en maakt wanhopig. Het begin van een redenering dient zich in zijn werk vaak aan, maar wordt even snel weer afgebroken met een ‘tja’ of ‘enfin’, Brils favoriete stopwoorden.

Zo blijft het mijmeren gespeend van juist dat ingrediënt dat op Nederlanders werkt als een rode lap op een stier: pretentie. En heeft het altijd eerder iets sentimenteels of sensueels – telkens die ‘rokjesdag’ – dan cerebraals.

Althans, dat is Bril die we kennen uit zijn werk – en die is, zoals Dirk van Weelden opmerkte in zijn vriendschapsroman Het laatste jaar, toch ook maar een personage, dat niet noodzakelijk samenvalt met de biografische Bril.

De laatste kan de lezer nu beter leren kennen uit de treffende, journalistieke biografie van Bril door Astrid Theunissen. Zij sprak met vele vrienden en collega’s, zij het niet met Brils weduwe, die niet aan het boek meewerkte.

Gekweld leven

De kwajongensachtige titel van het boek is bedrieglijk. Theunissen beschrijft een moeilijk en gekweld leven, dat vaak pijnlijk ontspoort. Inclusief verslavingen en een minder dan idyllische verhouding tot het gezinsleven. Ze bespaart de lezer niet Brils laatste uren, zo woest en woedend dat zijn langs fietsende vriendin Barbara van Beukering, hoofdredacteur van Het Parool, de doodsstrijd kon horen.

Bril komt uit het boek naar voren als een kind van de jaren tachtig – no future, daarna no nonsense – dat eigenlijk beter op zijn plaats was in de commerciëlere jaren negentig. Hij tobde met een kunstenaarsambitie, maar vond succes als columnist op de korte baan.

Tot zijn genoegen, want Bril wilde vooral één ding: beroemd worden. Daarin is hij als weinig anderen van zijn generatie geslaagd. Maar getroebleerd bleef hij: uiteindelijk vond hij zijn leven zelf eerder mislukt.