Positieve discriminatie wordt moeilijker in de VS

Uitspraak colleges Michigan geldt ook voor andere staten.

Positieve discriminatie van zwarte Amerikanen in het onderwijs is door een uitspraak van het Hooggerechtshof een stuk moeilijker geworden. Het Hof oordeelde gisteren in een omstreden beslissing dat de staat Michigan een einde mag maken aan het bevoorrechten van Afro-Amerikanen op universiteiten. Die uitspraak geeft impliciet goedkeuring aan soortgelijke wetten in zeven andere Amerikaanse staten, waaronder Florida en Californië.

Sinds de opkomst van de zwarte Burgerrechtenbeweging in de jaren zestig stimuleert de Amerikaanse overheid positieve discriminatie van etnische minderheden in het onderwijs. Circa 42 procent van de Afro-Amerikanen gaat inmiddels naar het hoger onderwijs – een flinke stijging, maar nog altijd veel lager dan de 62 procent van de blanke Amerikanen.

De zaak in Michigan was aangespannen door de conservatieve activist Jennifer Gratz (37). Zij werd in 1995 ondanks haar hoge examencijfers geweigerd op de prestigieuze University of Michigan, ten gunste van een zwarte student. Gratz spande rechtszaken aan, en wist in 2006 een referendum in Michigan te organiseren. De bevolking van de staat maakte in dit referendum een einde aan positieve discriminatie. Het Hooggerechtshof besloot gisteren dat dit amendement niet in strijd met de Grondwet is. De uitspraak betekent ook dat positieve discriminatie op basis van sekse niet langer mag.

Het Hof was overigens diep verdeeld over de kwestie. Twee progressieve rechters stemden tegen. Rechter Sonia Sotomayor schreef een persoonlijke stemverklaring van 58 bladzijden, waarin ze andere rechters ervan beschuldigde discriminatie van minderheden „weg te willen poetsen”. Sotomayor, van Puerto Ricaanse afkomst, groeide op in een arm gezin in New York, waar geen Engels werd gesproken. In haar recent verschenen autobiografie beschrijft ze hoe ze dankzij positieve discriminatie naar de universiteit kon.

Een andere rechter die profiteerde van positieve discriminatie, conservatief Clarence Thomas, stemde voor. De Afro-Amerikaan Thomas, een mysterieuze rechter die al acht jaar niet heeft gesproken in het Hof, noemde positieve discriminatie in het verleden een nieuwe vorm van segregatie. Hij kon dankzij een voorkeursbehandeling Rechten studeren aan Yale, maar dat voedde volgens hem het wantrouwen van potentiële werkgevers.

Landelijk neemt de steun voor positieve discriminatie af. Activist Jennifer Gratz kreeg veel sympathie van conservatieve media, maar ook uit links-libertaire kring. Ze heeft een organisatie opgericht om positieve discriminatie landelijk te bestrijden.

Het effect van maatregelen zoals in Michigan is te zien in Californië, waar positieve discriminatie al in 1996 werd verboden. De aanmelding van minderheden op goede universiteiten is sindsdien teruggelopen, terwijl ze demografisch juist sterk toenamen. Aan de University of California Berkeley bestond in 1996 nog 45 procent van de eerstejaars studenten uit Afro-Amerikanen en latino’s, een jaar later was dat 20 procent. Intussen is dat gedaald naar 16 procent.