Overnamekoorts onder farmaceuten

Van botox tot medicijnen tegen baarmoederhalskanker of bipolaire stoornissen: de farmaceutische industrie verdient miljarden aan geneesmiddelen en verzorgingsproducten. Maar de afgelopen jaren staan de omzetten onder druk, doordat patenten verlopen zijn en patiënten liever goedkope alternatieve kopen dan dure merkmedicijnen. Dat brengt een overname- en fusiegolf op gang waarbij vrijwel alle hoofdrolspelers in de branche betrokken zijn. Het gaat om miljardendeals, want gezondheidszorg is big business.

Het Zwitserse Novartis (jaaromzet 58 miljard dollar; 42 miljard euro) en het Britse GlaxoSmithKline (jaaromzet 41,4 miljard dollar) kondigden gisteren aan dat ze afdelingen van elkaar overnemen. Novartis koopt de GSK-divisie die medicijnen tegen kanker ontwikkelt voor 16 miljard dollar, en verkoopt de tak die vaccinaties ontwikkelt voor 7,1 miljard dollar.

Beide bedrijven richten een joint venture op waarin ze hun divisies samenbrengen die verzorgingsproducten voor consumenten produceren, zoals nicotinepleisters, tandpasta en vrij verkrijgbare pijnstillers. Tegelijkertijd verkoopt Novartis zijn divisie dierengeneeskunde voor 5,4 miljard aan Eli Lilly.

De farmaceutische bedrijven proberen zich te concentreren op hun belangrijkste activiteiten. Ze willen onderdelen afstoten waarin ze geen marktleider meer kunnen zijn en zoeken tegelijkertijd schaalvergroting op terreinen waar ze zichzelf nog wel kansrijk achtten.

Dat geldt ook voor een andere overnamebod dat deze week speelt. Het Amerikaanse Pfizer (jaaromzet 52 miljard) deed volgens de Britse krant Sunday Times een bod op het Brits/Zweedse biofarmaceutisch bedrijf AstraZeneca. Dit bod van 101 miljard dollar zou door AstraZeneca zijn afgewezen.

Nog een miljardendeal die de farmaceutische sector in zijn greep houdt is de vijandige overname van Allergan, maker van het opvulmiddel botox. Het Canadese bedrijf Valeant deed een bod van 47,5 miljard dollar op Allergan.

In de farmaceutische wereld draait het om (duur) onderzoek naar geneesmiddelen die in de toekomst veel geld waard kunnen zijn. Maar de kans op mislukkingen is groot en de ontwikkelkosten zijn torenhoog. Bovendien zijn de patenten op medicijnen beperkt houdbaar – meestal 25 jaar. Gedurende die tijd verdient de fabrikant veel aan het eigen product en de uitgifte van licenties aan andere fabrikanten.

Als een patent eenmaal verlopen is, zullen patiënten snel kiezen voor betaalbare ‘generieke’ medicijnen die hetzelfde doen als het oorspronkelijke product. 2012 staat, wat het verloop van patenten betreft, bekend als een ‘rampjaar’. Reden waarom de farmaceutische bedrijven zich nu hergroeperen. (Bloomberg, AP)