Nauwelijks beklijvend rommeltje

In de tweede Amazing Spider-Man van de immens succesvolle Marvel-filmstudio krijgt Spider-Man heel wat op zijn bordje. Gelukkig heeft hij tweeënhalf uur de tijd om vrij baan te geven aan zijn superkrachten. Hij moet maar liefst twee schurken (en in de proloog ook nog een Russische crimineel) verslaan, plus als alter ego Peter Parker het hoofd bieden aan een relatiecrisis én een jeugdtrauma verwerken. De superheldenfan krijgt dus veel waar voor zijn geld, al is het jammer dat de twee schurken een gelijksoortige motivatie krijgen om Spider-Man te haten.

De door een ongeluk extreem elektrisch geladen Electro wordt boos als hij het gevoel heeft niet door zijn omgeving gezien te worden. Ondanks dat Spider-Man hem een keer heeft gered moet hij het ook ontgelden. Met zijn opgekropte woede lijkt Electro bovendien sterk op de Hulk (ook van Marvel), al wordt hij hier lichtgevend blauw. Ook Spider-Mans voormalige vriend Harry, inmiddels directeur van het boosaardige Oscorp Industries, keert zich tegen hem als hij zijn zin niet krijgt.

De relatieperikelen met zijn vriendin Gwen maken deze Spider-Man wat wee, waarbij regisseur Webb het veelvuldig tonen van vochtige ogen niet schuwt – daarbij het geduld van de mannelijke stripfan flink tartend. Verdriet is een lastige emotie om te spelen en Andrew Garfield valt daarmee door de mand. Hij heeft hier slechts zijn trouwe hondenogen om als hulpmiddel in te zetten, veel meer zit er niet in.

Net als in deel 1 begint The Amazing Spider-Man 2 met een flashback naar de ouders van Peter Parker die hem noodgedwongen bij een tante achterlaten. Wat is er met ze gebeurd?

Maar het grootste probleem van de film is het scenario dat simpelweg alles verdubbelt: twee schurken (de actie) en twee menselijke personages: zijn ouders en Gwen (de emotie). Geen wonder dat de film zo lang duurt. Alles wordt ook nog eens tamelijk willekeurig door elkaar gehusseld, met een nauwelijks beklijvend rommelpotje als resultaat.