Meer haast graag met energie

We denken er wellicht graag anders over, maar Nederland is als energieproducent en -consument aan de ouderwetse kant. Deze conclusie zit verpakt in de evaluatie van het Nederlandse energiebeleid, die gisteren werd gepubliceerd door het Internationaal Energie Agentschap (IEA). Het vorige landenrapport stamt uit 2008 en uit de publicatie van gisteren blijkt dat er te weinig is veranderd. Nederland komt naar voren als een economie die verhoudingsgewijs zeer zwaar leunt op fossiele brandstoffen. Als een economie die een hoge uitstoot van CO2 genereert.

Onder de vriendelijke toon van het rapport gaan harde conclusies schuil. Het aandeel van alternatieve energie is in de afgelopen acht jaar slechts opgelopen van 2,3 procent naar 4,5 procent. Dat is zeer ver verwijderd van het doel van 14 procent dat in het energieakkoord van het kabinet is afgesproken. Gas, de schoonste van de fossiele brandstoffen, wordt te veel verdrongen door steenkool, waarvan de prijs is gekelderd door de hoge schaliegasproductie in de Verenigde Staten. De gasproductie in Nederland zelf neemt af. Daardoor zal ons land volgens het IEA in 2025 een netto-importeur zijn.

Dat zijn geen goede tekenen. Weliswaar zijn de investeringen in de zogenoemde gasrotonde gunstig, want daardoor kan Nederland een rol blijven spelen in het Europese energielandschap. Maar daar staan ongunstige ontwikkelingen tegenover. De recente gebeurtenissen in Oekraïne wijzen er eens te meer op dat Europa te afhankelijk is van Russisch gas. En binnen de EU mogen de binnengrenzen voor goederen en diensten goeddeels zijn afgebroken, voor energie lijken ze recent juist te zijn versterkt.

Een toekomst dreigt waarin Nederland geen gasproducent meer is, alternatieve energie onvoldoende van de grond is gekomen en vervuiling groter is dan nodig was geweest. Als daarin ook de Europese landen ieder hun eigen beleid blijven voeren, wordt de kwetsbaarheid alleen maar groter. In het energieakkoord kraakt het kabinet die noten weliswaar op papier, maar het wordt de vraag of deze inspanning nog voldoet en of zij bestendig genoeg is.

Het nut van een onderzoek van het IEA is dat het de situatie objectiveert. Het zelfbeeld van Nederland als een land dat goed bezig is met zijn energiebeleid, klopt nauwelijks. Een grotere inspanning op het gebied van alternatieve energie is nodig, de voorbereiding op een gasloos tijdperk moet urgenter.

En onderzoek of en in welke mate schaliegas veilig kan worden gewonnen, kan wel wat spoed gebruiken. Want de wereld wordt er, wat energie betreft, niet veiliger op.