Opinie

Overlastbestrijding

De coffeeshop aan de overkant van de straat was een tijdje dichtgetimmerd. Het had iets te maken met klanten die bij gebrek aan parkeerplaatsen de auto stationair lieten draaien terwijl ze even naar binnen renden voor wiet. Daar kwam vooral in de avond en nacht gedoe – getoeter en af en toe een woordenwisseling – van.

Een week na de gedwongen sluiting ging de deurbel.

Het was de broer van de Marokkaanse eigenaar.

„Heb jij geklaagd?”

Een directe vraag waarop ik gelukkig met ‘nee’ kon antwoorden.

„Goed!”, zei de man, waarop een verhaal volgde waaruit bleek dat hij de klagende buurtbewoners niet snapte.

„Waarom? Waarom naar de politie? De deur bij ons is altijd open.”

Hier raakte hij zonder het zelf te weten de kern van het probleem.

Ik probeerde uit te leggen dat de drempel om er ’s avonds laat binnen te stappen om te klagen over een asociale klant hoog was.

Er waren er voor minder op de bek getimmerd.

„Klant niet altijd vriendelijk”, gaf de man toe, waarna hij terloops nog even informeerde of het dan mijn buren waren die geklaagd hadden.

Een half jaar later ging de coffeeshop weer open.

De broer van de eigenaar zat voortaan in een fluorescerend oranje hesje in weer en wind op een campingstoel voor de shop om ervoor te zorgen dat klanten hun auto niet op straat parkeerden.

Als ik hem passeerde begroette hij me als een goede vriend. Dat hij in de avonduren soms helemaal de tering werd gescholden door potentiële klanten nam hij op de koop toe.

Op straat blowende jongeren dirigeerde hij met vaste hand naar de stoep voor de andere coffeeshop waar ze over de ramen een tekening van een onbewoond eiland hadden gespoten zodat het voor iedereen onduidelijk bleef wat er binnen gebeurde.

De omwonenden daar legden inmiddels hun volle vuilniszakken onder dat eiland, hetgeen een probaat middel tegen hangjongeren bleek te zijn.

En zo bestreden ze met elkaar de overlast, wachtend op het moment tot er iemand echt boos zou worden.

Zelf zette ik mijn kaarten op de licht ontvlambare eigenaar van de pizzeria vanaf wiens terras je sinds kort uitkeek op het vuilnis.

Gisteren kreeg ik van de broer van de Marokkaanse eigenaar van de coffeeshop bij het passeren een zakje chocolade paaseitjes van de Lidl.

„Problemen opgelost”, zei hij.

„Problemen verplaatst”, verbeterde ik.

„Niet ons probleem, vriend”, zei hij, waarmee hij het laatste woord had.