Japans vredeskorset gaat knellen

Japan wil militair meer armslag, met steun van Amerika. Zelfs jongeren twijfelen of dat goed is.

Militairen van Japanse zelfverdedigingstroepen, zoals het leger eufemistisch wordt genoemd, vormen een erewacht voor de Amerikaanse minister van Defensie Chuck Hagel in Tokio eerder deze maand.
Militairen van Japanse zelfverdedigingstroepen, zoals het leger eufemistisch wordt genoemd, vormen een erewacht voor de Amerikaanse minister van Defensie Chuck Hagel in Tokio eerder deze maand.

Michiko Sasaki (72), een kleine vrouw die nog altijd tolkt voor het ministerie van Buitenlandse Zaken, wil zich net bedienen van uni, een sushi-delicatesse gemaakt van de geslachtsklieren van zeeëgels, als ze zich bedenkt. „Schrijf maar op”, zegt ze fel, terwijl de gasten in een restaurantje in het centrum van Tokio opkijken. „Onze vreedzame constitutie is een juweeltje voor Japan en de wereld. Daar mag niet aan getornd worden.”

Het is een kwestie die veel Japanners bezighoudt, nu de regering van premier Shinzo Abe zich aan het naoorlogse pacifistische keurslijf probeert te ontworstelen. In dat korset stak Japan zich na de vernietigende nederlaag van de keizerlijke legers in 1945, onder druk van de Amerikanen. Veel Japanners zijn dit als het fundament van hun land gaan beschouwen en willen niet dat daaraan wordt gemorreld.

Een paar taboes heeft Abe, wiens grootvader tijdens de Tweede Wereldoorlog een sleutelrol speelde in het keizerlijke Japan, inmiddels al doorbroken. Tot woede van met name Zuid-Korea en China. Hij heeft de al jaren dalende defensiebegroting (licht) verhoogd en Japanse firma’s mogen weer wapens naar andere landen uitvoeren, mits die zelf niet in oorlogen zijn gewikkeld.

De regering broedt nog op wegen om de interpretatie van het roemruchte artikel 9 van de grondwet te wijzigen. Dat verbiedt Japan oorlog te voeren om internationale conflicten te beslechten. Juist deze maand werd het voorgedragen voor de Nobelprijs voor de Vrede. Het is een publiek geheim dat Abe artikel 9 wil aanpassen en dat ook Washington hem hierin steunt om Japan militair gezien meer armslag te bieden. Abe zal het zeker bespreken met president Obama, die vandaag in Tokio arriveert.

Ook een deel van de jongere generatie is huiverig. „Ik ben tegen grondwetswijziging”, zegt de 30-jarige Aya Sato, een parttime yoga-instructeur. „Het is goed als Japan geen oorlog voert.” Met haar baby zit ze in een parkje in de zuidwestelijke wijk Yebisu, ingeklemd tussen een nagemaakt Frans kasteel en een van Tokio’s immense, aardbevingsbestendige winkelcomplexen. Het is een van de vele plekken in Tokio die overvloed en welbehagen uitstralen.

Japans bereidheid om militair een ondergeschikte rol te accepteren op het wereldtoneel en zijn verdediging deels uit te besteden aan de Verenigde Staten heeft het land geen windeieren gelegd. „Het was een belangrijke strategische keuze”, zegt prof. Nobumasa Akiyama, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Hitotsubashi Universiteit in Tokio. „Door zich in 1945 als een goede verliezer op te stellen", kreeg Japan de kans zich te herstellen en economisch te groeien.”

Normaler land

Maar bijna zeventig jaar later wil Abe van Japan een normaler land maken, dat op militair gebied meer zijn eigen boontjes dopt. Het moderne Japan stuit steeds vaker op belemmeringen die andere landen niet kennen. „Volgens de huidige uitleg van de constitutie mag Japan niet eens zijn eigen mensen verdedigen als die bij een vredesmissie in het buitenland onder vuur komen”, roept Masaru Sato, woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken verontwaardigd. „Is dat normaal voor een land met de op twee na grootste economie ter wereld?”

De regering kan bovendien wijzen op de sterk gewijzigde veiligheidstoestand in het noordoosten van Azië.

„De toestand is erg moeilijk voor ons”, constateert Yasumasa Nagamine, onderminister van Buitenlandse Zaken in zijn werkkamer op het departement. Hij noemt de toegenomen dreiging van Noord-Korea met zijn nucleaire programma en zijn agressieve retoriek, maar ook China dat vorige maand weer een verhoging van ruim 12 procent in zijn defensiebegroting aankondigde. Nagamine: „Dat is strijdig met het streven naar vrede in de regio.”

Datzelfde China maakt bovendien nadrukkelijk aanspraak op enkele onbewoonde eilandjes in de Oost-Chinese Zee, de Senkaku-eilanden, door de Chinezen Diaoyu genoemd. Eén verkeerd schot en de oorlog ontbrandt.

Abe zelf wijst analogieën met Europa in 1914 van de hand en ook bij analisten in Tokio overheerst de mening dat het zo’n vaart niet loopt. Maar China is niet de enige zorg voor Japan. Het heeft ook nog territoriale conflicten met Zuid-Korea en Rusland. En wat zijn de gevolgen van de drastische bezuinigingen op de Amerikaanse defensiebegroting? Tokio blijft vertrouwen op steun van de VS maar niet iedereen in Japan is daar gerust meer op.

Astronomische staatsschuld

De timing van Abes ambitieuze poging Japan economisch, politiek en militair weer nieuw elan te geven, is op het eerste gezicht niet ideaal. Japan kampt immers al jaren met een astronomische staatsschuld, een snel vergrijzende bevolking en een afnemend zelfvertrouwen. „De meeste jongeren hebben zelfs alleen maar een stagnerende economie meegemaakt”, zegt prof. Akiyama, zelf 46 jaar oud.

Abe beloofde verandering onder de leus ‘Herstel Japan’ en werd bij de verkiezingen van eind 2012 beloond met een daverende overwinning. Meteen na zijn aantreden voerde hij een radicaal nieuw economisch beleid door: Abenomics. Dit beoogt een eind te maken aan de stagnatie en deflatie van de laatste paar decennia.

Economisch herstel is cruciaal voor de premier. „Abe begrijpt dat een deel van je macht wordt bepaald door een sterke economie. Daarom is hij met zijn Abenomics voor de dag gekomen”, zegt Tetsuo Kotani, van het Japanse Instituut voor Internationale Zaken in Tokio.

Hoe omstreden sommige van Abe’s opvattingen over een krachtiger buitenlands en veiligheidsbeleid ook mogen zijn, ze vallen op vruchtbaarder bodem dan een decennium geleden. Steeds meer Japanners vragen zich tegenwoordig af: hoe lang moet ons land nog blijven boeten voor zonden uit het verleden?

„Telkens als er een nieuwe Japanse leider aantreedt, moet die zich weer verontschuldigen voor allerlei dingen uit het verleden”, zegt een 48-jarige kalligrafe, die niet met haar naam in de krant wil. „Ik heb daar wel een beetje genoeg van. Ik geloof dat er nu toch wel voldoende tijd is verstreken.”

Ook sommige jonge parlementariërs vinden het de hoogste tijd dat Japan uit zijn schulp kruipt. Takaya Mutou, die trots verklaart een van de conservatiefste jonge politici van Japan te zijn, bepleit zelfs een eigen nucleaire bewapening voor Japan.

De 34-jarige flamboyante parlementariër van Abes LDP, ergert zich aan kritiek op Japan wegens het gebruik van zogeheten ‘troostmeisjes’, die in veel gevallen onder dwang als een soort seksslavinnen dienden voor Japanse soldaten. „Prostituees vind je altijd in oorlogszones”, zegt hij, gezeten in zijn kantoor bij het parlementsgebouw voor een levensgrote foto van hemzelf zij aan zij met Abe. „Als we dit soort dingen in morele termen bespreken, is dat prima. Maar pik dan niet alleen Japan er uit voor kritiek.”

Het veranderende klimaat blijkt ook uit het feit dat de grootste recente hit in de bioscopen een film was over een aantal kamikazepiloten die de Amerikanen tijdens de Tweede Wereldoorlog bevochten. Miljoenen mensen genoten van Eien no Zero (De Eeuwige Zero), waarin de opofferingsgezindheid van de dappere piloten voor het eigen land werd bezongen. Een schril contrast, vonden veel jongeren, met hun eigen op consumptie gerichte generatie.

Veel mensen voelen zich aangesproken door de vernieuwingsdrang van Abe en beseffen dat hun land niet tot in het oneindige in zijn pacifistische cocon kan blijven zitten. De meeste analisten gaan er dan ook van uit dat hij op den duur zijn zin wel zal krijgen met de nieuwe interpretatie van de constitutie.

Maar tegelijkertijd ergeren ook velen in Japan en elders in Azië zich aan de nationalistische retoriek en de waarderende woorden over het militaire verleden, waarvan Abe zich bedient. In het parlement trok hij vorig jaar zelfs in twijfel of Japan in de Tweede Wereldoorlog wel agressie had gepleegd. „De definitie van agressie is in de academische wereld en in de internationale gemeenschap nog niet vastgesteld”, zei Abe. In zijn eerste termijn als premier had hij al eens gezegd dat de 28 leiders van Japan die door het Tokio-tribunaal schuldig werden bevonden aan oorlogsmisdaden volgens het Japanse recht niets hadden misdaan.

Waarom Abe op deze manier afbreuk doet aan zijn moderniseringsstreven, is niet geheel duidelijk. Zelfs in zijn eigen partij bestaan er aanzienlijke weerstanden tegen. Het meest aannemelijke is dat hij er zelf zo aan hecht. Hij verliest er hoe dan ook veel krediet mee, vooral buiten Japan. „Een sterk Japan kan best welkom zijn in de wereld, zolang het zich maar internationaal oriënteert”, waarschuwt prof. Akiyama. ,,Maar is het nu echt zo dat we die geschiedenis uit de oorlogsjaren nodig hebben om onze nationale trots te hervinden? Laten we liever de algehele mislukking onder ogen zien, die Japan in die jaren over zichzelf afriep. Zolang Japan dat niet doet, zullen we nooit in het reine kunnen komen met onszelf.”

Deze reis vond deels plaats op uitnodiging van de Japanse regering.