Hopen op een stadsderby als finale

Madrid is nu de Europese voetbalhoofdstad. Met Atlético en Real in de halve finale.

De fonteinen van Neptuno en Cibeles liggen hemelsbreed een halve kilometer van elkaar verwijderd, maar voor voetbalminnend Madrid vormen ze twee werelden van verschil. In het water rond Neptunes nemen de fans van Atlético Madrid na een grote overwinning van hun club graag een duik. Terwijl de door leeuwen voortgetrokken strijdwagen van de Griekse godin Cibeles beklommen wordt door feestvierende fans van Real Madrid.

De politie heeft rond beide fonteinen extra dranghekken geplaatst nu Madrid deze week voetbalhoofdstad van Europa is. Zowel Atlético als Real speelt zijn eerste halve finales van de Champions League in de Spaanse hoofdstad. Atlético speelde gisteren doelpuntloos gelijk tegen Chelsea, Real moet het vanavond opnemen tegen Bayern München. In de Spaanse hoofdstad wordt al gefantaseerd dat de finale, op 24 mei in Lissabon, uitdraait op een Madrileense derby.

Tegelijkertijd beleeft de rivaliteit tussen beide clubs een piek. Van oudsher is Real de belangrijkste club van de stad: de afgelopen decennia werden veel meer feestjes gevierd bij Cibeles dan bij Neptuno. Maar sinds enkele jaren breekt Atlético steeds vaker in op de hegemonie van de twee grote Spaanse clubs, Real en FC Barcelona. Vorig seizoen won het de Spaanse beker en in Europa werd in 2010 en ’12 de UEFA-cup binnengesleept.

Twee hoofdprijzen

Dit seizoen beleven de rojiblancos hun absolute topjaar. De club die rond de eeuwwisseling nog twee seizoenen niet meespeelde in de hoogste klasse, staat nu bovenaan in de Primera División. En voor het eerst in veertig jaar is de halve finale van het meest prestigieuze Europese toernooi voor clubteams gehaald. Met nog vier speelrondes te gaan, is de club nog in de race voor twee hoofdprijzen. En dat met een begroting, zo benadrukken Atlético-fans graag, die nog geen vijfde bedraagt van de half miljard euro waarover Barça en Real beschikken.

Die rol van underdog ligt de Atlético-aanhangers, die zich wegens de roodwitte banen op het shirt ook wel colchoneros (matrasmakers) noemen. Real vinden zij een club van pijos. Kakkers die amper sfeer weten te maken in hun grote, blinkende Bernabéu-stadion langs de chique Paseo de Castellana in het noordelijke stadscentrum. Een club die alleen dankzij de goede politieke en zakelijke connecties van clubvoorzitter en bouwmagnaat Florentino Pérez wist uit te groeien tot ’s werelds grootste voetbalmultinational.

Nee, dan Atlético. Het Estadio Vicente Calderón ligt er enigszins vervallen bij, in het armere zuiden van de hoofdstad, nog net binnen de ring. Eigenlijk zou de club over twee jaar moeten verhuizen naar La Peineta. Maar nu Madrid definitief is afgehaakt als gaststad voor de Olympische Spelen, is het geld op en ligt dit stadion er half afgebouwd bij. De sfeer in het Calderón is er niet minder om. Hiertoe aangemoedigd door coach Diego Simeone juicht het publiek de ploeg elke wedstrijd negentig minuten lang onafgebroken toe.

Idylle

Hoewel beide clubs allang fans uit alle lagen van de maatschappij trekken, koesteren Atlético-fans de idylle dat alles en iedereen tegen hun arme volksclubje samenspant. De moppen die ze onderling tappen, getuigen ervan. „Komt een jongetje een sportwinkel binnen en vraagt om een tenue van Real. Vraagt de verkoper: wil je er een van een speler, de keeper of de arbiter?”

En: „Wat is de overeenkomst tussen de koninklijke familie en Real Madrid? Ze leven allebei op rozen, maar eigenlijk zijn het domme pummels.”

Mocht de Champions League-finale inderdaad uitdraaien op een Madrileense derby dan zou dit hun eerste Europese treffen zijn sinds eind jaren vijftig. Ondanks het gelijke spel van gisteravond is dat nog altijd mogelijk. In onderlinge wedstrijden won Real de afgelopen jaren veel vaker in de competitie. Maar dit seizoen lijkt alles anders: Atlético won voor het eerst sinds de eeuwwisseling weer een derby. En de club heeft een reputatie van cupfighter.

Ook Real is uitermate gemotiveerd en ziet vermoedelijk vanavond de geblesseerde Cristiano Ronaldo weer terugkeren in de basis. Spelers, clubleiding en fans zijn geobsedeerd door La Décima: de tiende Europa Cup-I-titel. De landelijke competitie is hieraan ondergeschikt. Van coach José Mourinho, met Chelsea de opponent van Atlético, werd vorig jaar afscheid genomen nadat hij in drie seizoenen La Décima niet wist binnen te halen. Het lot van de huidige coach, de Italiaan Carlo Ancelotti, hangt eveneens vooral af van zijn Europese succes. Die heeft nu als eerste opdracht om met Real Bayern München in de halve finales uit te schakelen.