Hopeloos Nigeria

Lezen // Novelle Teju Cole Every Day is for the Thief Faber & Faber, 163 blz. € 17,49. De vertaling verschijnt in september bij De Bezige Bij.4

‘Ik plaats altijd vraagtekens bij het idee van authenticiteit”, zei Teju Cole toen hij vorig jaar werd geïnterviewd voor deze krant. Zijn succesvolle debuut Open City was net verschenen, en hij werd alom als grote belofte binnengehaald. Want Cole had een afwijkend verhaal te vertellen over globalisering en urbanisatie. In zijn roman wandelde ene Julius door New York om de positie van de stad na 9/11 weer te geven, in plaats van op zoek te gaan naar zijn eigen positie.

Opvallend was dat Julius van vele culturele markten thuis was. Ongeacht of hij nu een gesprek in Amerika voerde of in Europa: zolang het over filosofie, literatuur of muziek ging waren er geen grenzen. Cultuur maakt opener en dankzij diezelfde cultuur geef je de geschiedenis een gezicht, ook – of beter gezegd júíst – wanneer een stad getraumatiseerd is na een aanslag.

In zijn nieuwe novelle Every Day is for the Thief keert de hoofdpersoon terug naar Nigeria, waar hij als kind opgroeide, maar dat hij heeft verlaten om in Amerika te studeren. Evenals Teju Cole zelf, die op zijn zeventiende nadat hij zijn jeugd had doorgebracht in Nigeria, terugkeerde naar de VS waar hij ooit geboren was. Ook deze keer staat een stad centraal – Lagos in Nigeria. Als culturele grenzen niet bestaan zou zo’n terugkeer geen probleem moeten zijn, maar een warm bad. Het zou niet moeten uitmaken of je nou in New York, Brussel of Lagos over bijvoorbeeld de Zweedse dichter Tranströmer praat.

Toch pakt het anders uit.

Nationaal Museum is zo goed als leeg

Nog voordat Cole vertrokken is naar Nigeria, betaalt hij smeergeld om op tijd zijn visum te krijgen. Bij de lift hangt een bordje waarop de bezoeker wordt gevraagd dergelijke praktijken door te geven om zo corruptie te bestrijden. Het bordje hangt er voor de sier, zoals hij in Lagos vaker zal merken. Nog voordat hij daar het huis van zijn tante bereikt, heeft hij al verschillende keren smeergeld moeten betalen.

Dat is allemaal tot daaraan toe, maar op cultureel vlak heeft Nigeria ook niets meer te bieden: de cd-winkel verkoopt alleen illegale kopietjes, elders zijn de originelen onbetaalbaar, de boekhandel wordt bemand door een slapende caissière, het Nationaal Museum is zo goed als leeg. Saillant detail is dat de Britse koningin Elizabeth in 1973 nog een bronzen masker cadeau kreeg. De koningin wist niet beter of het masker was een geslaagde replica, maar in feite hing het een dag eerder nog in het museum.

Er zijn muziekscholen in Lagos maar die bestaan puur bij de gratie van particulier geld – dus deze cultuurvorm is alleen weggelegd voor een financiële elite. En ’s ochtends is er het gezang van de muezzin, en dan houdt het wat de muziek betreft wel zo’n beetje op. Het literaire leven ligt volledig op z’n gat, zelfs een plankje Nigeriaanse auteurs ontbreekt in de beste bevoorrade boekhandel van Lagos.

Af en toe is er een cultureel sprankje hoop: wanneer de naamloze hoofdpersoon in de bus iemand een roman van Michael Ondaatje ziet lezen. Hoe komt ze eraan, vraagt hij zich af terwijl hij ter plaatse verliefd wordt op deze ongetwijfeld intellectuele vrouw (want alleen intellectuelen lezen in Lagos Ondaatje). Hij wil haar volgen, maar komt terecht bij een gruwelijke executie van een jongen van elf. Hij zou een baby gestolen hebben omdat er goed aan te verdienen is, wordt betrapt en veroordeeld tot de necklace, een brandende autoband om de nek.

Teken van lamlendigheid

De ik staat erbij, hoort hoe de jongen ophoudt met smeken voor zijn leven, ziet diens zwijgende blik en registreert hoe een man het hele gebeuren op film vastlegt – om later kopietjes te verspreiden. Zal iemand ooit nog malen om de jongen? Nee, vermoedt de hoofdpersoon: zijn opdrachtgever vindt zo weer een andere jongen die zijn vuile werkjes wil opknappen. Ondertussen gaat iedereen gewoon verder, want Nigeria is een land waar niet te lang wordt stilgestaan bij het verleden.

Wie zich niet bekommert om het verleden, kent geen rancune. Maar zelfs dat voordeel heeft Nigeria niet. De achteloze omgang met de geschiedenis en cultuur is een teken van lamlendigheid, het bewijs van de desinteresse in een land waar iedereen elkaar afperst, de stroom altijd uitvalt en waar een gebrek aan (hoe cynisch) olie heerst. De enige plek waar met aandacht wordt gewerkt is het straatje waar lijkenkisten worden gemaakt. Het zal niet voor niets zijn dat de hoofdpersoon uitgerekend in deze straat tussen twee werelden, tussen leven en dood, zich het beste thuis voelt.

In de novelle zijn enkele foto’s opgenomen die Cole zelf maakte, want behalve schrijver is hij ook fotograaf. En klik je zijn website aan dan verschijnen de foto’s die hij wereldwijd schoot. Maar nergens is zo veel hopeloosheid te zien als op de foto’s in het boek; Nigeria heeft zichzelf opgegeven. En in de novelle heeft Cole geen illusies meer over open grenzen. Everyday is for the Thief leest als een afscheid van het idee dat cultuur grenzeloos is.