Het wordt weer zelf poetsen

FNV-schoonmakers leggen deze week landelijk het werk neer. Gisteren protesteerden ze bij Shell.

De baas van Shell Nederland laat zich niet zien. Er staan honderd schoonmakers voor zijn hoofdkantoor, dinsdag in Den Haag. Ze rammen op gele kliko’s, blazen op gekmakende toetertjes. Ze willen een betere cao en nú gehoord worden. Maar president-directeur Dick Benschop van Shell, oud-staatssecretaris voor de PvdA, is nergens te bekennen.

Op de stoep onderhandelt FNV-actieleider Ron Meyer, wijdbeens, handen in de zakken, met een medewerkster van het olieconcern. Shell heeft FNV-voorzitter Ton Heerts vorige week al gebeld om te zeggen dat Benschop niet komt, zegt ze. Drie mensen mogen binnenkomen om hun verhaal te doen, niet meer.

Dat zou dan een delegatie van een delegatie worden, antwoordt Meyer. Op het Malieplein even verderop staan nog negenhonderd schoonmakers. Van de gemeente mogen ze niet allemaal bij Shell op de stoep demonstreren. „Wij blijven hier!”, roepen de schoonmakers tegen beter weten in. En dan gaat het regenen.

De actieleiders voeren de spanning nog even op. Ze laten de opgejuinde menigte vijf meter verder komen tot aan de voordeur van Shell: niet binnen, maar wel bijna – en droog onder de luifel. Bewakers en agenten met paniek in de ogen springen ertussen. Khadija Tahiri, de ‘president’ van de vakbond voor schoonmakers, houdt geëmotioneerd een toespraak over respect voor hun werk. Ze zegt dat ze terugkomen. „Met 1.500 man!”

Bij de afsluiting op het Malieveld roept de FNV alle schoonmakers op: de rest van de week moet er landelijk gestaakt worden.

Urinesporen

Om de cao-onderhandelingen onder druk te zetten, zijn er sinds eind vorig jaar al ludieke acties. ‘Omgekeerd staken’ in treinen met extra veel schoonmakers om te laten zien wat écht schoon is, bijvoorbeeld. Met een „CSI-lamp” heeft de FNV toiletten van ziekenhuizen gefilmd om sporen van „bloed, zweet, sperma en urine” te tonen. Maar sinds de FNV de cao-gesprekken met werkgeversvereniging OSB (500 schoonmaakbedrijven) begin maart heeft afgebroken, zijn er ook werkonderbrekingen. Een belangrijk breekpunt lag ook al op tafel bij de marathonstaking van vijftien weken in 2012. De schoonmakers willen af van hun ‘wachtdagen’, de eerste twee dagen bij ziekte waarop ze niet doorbetaald worden.

Als compromis hebben werkgevers en werknemers destijds afgesproken dat er onafhankelijk onderzoek zou komen. De conclusie daarvan is dat deze wachtdagen het ziekteverzuim niet terugdringen. De bonden willen daarom dat de „strafkorting” wordt afgeschaft. Ja, maar dan moet er ook iets af van de doorbetaling ná die twee wachtdagen, zegt de OSB. Veel schoonmakers krijgen bij ziekte twee jaar lang hun volledige loon.

Scherpe concurrentie

Lange stakingen kunnen wel wat opleveren, hebben de schoonmakers in 2010 en 2012 geleerd. Meer salaris, geld voor taalcursussen en een traject naar vaste contracten voor uitzendkrachten, bijvoorbeeld. Maar ondanks een basisinkomen van 120 procent van het minimumloon kunnen veel schoonmakers niet rondkomen, volgens een FNV-enquête. Door bezuinigingen is de werkdruk gestegen.

„Het grote probleem is de macht van de markt”, zegt Meyer. „Schoonmakers hebben weinig macht, omdat het aanbod van arbeid groot is. En de schoonmaakbedrijven moeten onderling scherp concurreren op de prijs om contracten te krijgen of te houden. Als zij de wachtdagen loslaten, gaat het weer ten koste van hun marge. En de opdrachtgevers, zoals Shell, gaan niet met ons in overleg en verwijzen naar de schoonmaakbedrijven.”

Dat klopt. De woordvoerders van zowel Shell als van zijn schoonmaakbedrijf Eurest willen niet inhoudelijk reageren, omdat ze zelf „geen partij” zijn bij de cao-onderhandelingen.

OSB-voorzitter Hans Simons, oud-wethouder en oud-staatssecretaris voor de PvdA, heeft wel een duidelijke mening. Hij zegt dat de schoonmaak-cao „prima” is en er ook „andere belangen” spelen. Simons: „De bonden gebruiken de cao als een platform om meer betrokkenheid onder hun achterban te creëren. Het is een strategische keuze om van de schoonmaakbranche een symbool te maken van alles wat fout is. Ik vind het kwalijk, want de sector lijdt er wel onder.”