Het enfant terrible

De salarissen van de topvoetballers in Europa zijn in de periode 2007-2012 met 59 procent gestegen, becijferde de UEFA vorige week na onderzoek. Dat is dus zo ongeveer in de periode dat een financiële crisis menig bedrijf de kop kostte, de werkloosheid overal steeg en overheden banken van de ondergang moesten redden. Neem rustig aan dat er voetballers zijn die salarissen in hun zak steken van 100.000 euro of meer. Per week. En hoor wat de secretaris van de Europese voetbalbond Gianni Infantino ook te melden had: de 624 onderzochte voetbalclubs leden samen een verlies van meer dan 4 miljard euro. Dat gaat dus mis.

Een van de rijkste voetballers is tevens een van de vervelendste. Dat is vast geen toeval: te snel en te jong rijk geworden. Niet goed voor een mens. Nicolas Anelka, Fransman. Op hem past het etiket ‘enfant terrible’ als kalk op de penaltystip – hooguit zou het als te eufemistisch kunnen worden beschouwd. Anelka heeft drie opvallende eigenschappen. Hij lacht nooit, hij maakt met iedereen ruzie en hij geeft daarvan altijd de schuld aan anderen. Deze maand leek hij, op zijn 35ste jaar, naar zijn twaalfde club te gaan: Atlético Mineiro in Brazilië. Zou er dus weer een club intuinen?

Hij verkaste al als zeventienjarige van Paris SG naar Arsenal, want, zei hij, hij voelde zich in Parijs niet meer zo thuis. Hij tekende ook bij Atlético Madrid, sorry, vergissing. In Londen ontmoette hij Dennis Bergkamp en Marc Overmars, wie hij verweet dat ze op het veld alleen maar oog voor elkaar hadden en hem de bal niet toespeelden.

In de zomer van 1999 kwam een journalist van Le Parisien Anelka winkelend tegen op de Champs-Elysées en hij vertelde de verslaggever depressief te zijn. Hij had het niet naar zijn zin in Londen en saboteerde de trainingen bij Arsenal. Daar was maar één reden voor: hij kon naar Real Madrid. En dat gebeurde ook, na veel gedoe.

Bij Real mislukte hij totaal. Weer was dat de schuld van medespelers die hem negeerden, en liever dan met hen te verkeren speelde hij videospelletjes. Hij raakte aan zijn knie geblesseerd, herstelde, maar opnieuw besloot hij de trainingen te boycotten, nu dus van de club die 70 miljoen gulden voor hem had betaald. Boete, schorsing en na één seizoen: exit Anelka. Terug naar Paris SG, ook maar één jaar. Vervolgens Liverpool, Manchester City, Fenerbahçe, Bolton Wanderers, Chelsea. Daarna ging hij wat geld ophalen in China bij Shanghai Shenhua, waar hij na anderhalf jaar ontevreden verkaste naar Juventus om ten slotte (?) weer in Engeland terecht te komen, bij West Bromwich Albion.

Daartussendoor scoorde hij heus zijn doelpunten wel en hij speelde meer dan zestig interlands voor Frankrijk. Om vervolgens bij het WK in 2010 middelpunt te worden van een nationale rel waar zelfs president Sarkozy en het Franse parlement zich in mengden. Hij zou bondscoach Domenech hebben toegevoegd: „Va te faire enculer, sale fils de pute!” Met het oog op jeugdige lezers blijft dit hier onvertaald, te meer daar Domenech later in een boek schreef dat hij vooral beledigd was omdat Anelka hem had getutoyeerd. Einde interlandcarrière.

Dit jaar trok Anelka de aandacht door op het voetbalveld de quenelle te brengen, de Franse variant voor de Hitlergroet. Dat was natuurlijk niet zo bedoeld, Anelka wordt volgens Anelka nu eenmaal altijd verkeerd begrepen. Het kostte West Bromwich zijn hoofdsponsor (Joodse eigenaar) en Anelka leverde vorige maand zijn contract in.

Op naar Brazilië, zo leek het. Maar niet. Anelka, die tussen de bedrijven door tot moslim is bekeerd, verblijft opeens in Koeweit voor religieuze bijeenkomsten, zegt hij. Tot driemaal toe kwam hij niet opdagen bij Atletico Mineiro waar hij zijn contract zou ondertekenen. En daar zei de directeur vorige week: we hoeven hem al niet meer. Hèhè.