Geruzie over nieuw zwemdiploma

Ophef onder zwemleraren: er komt een nieuw diploma. Kinderen moeten eerst borstcrawl leren, dan pas schoolslag. Maar de zwemwereld is verdeeld.

Een instructeur liet gisteren bij een demonstratie in het Hofbad in Den Haag kinderen oefenen met borstcrawl. Deze slag is de basis is van een nieuwe zwemlesmethode.
Een instructeur liet gisteren bij een demonstratie in het Hofbad in Den Haag kinderen oefenen met borstcrawl. Deze slag is de basis is van een nieuwe zwemlesmethode. Foto Rob Huibers

Stel: een kind valt uit een boot. Hij is in paniek. „Wat is dan het eerste dat zo’n kind doet? Het hoofd boven water krijgen natuurlijk”, zegt zwemdocent Mark Messemaker van zwemschool Zero2Hero in Den Haag. Om vervolgens met een schoolslag naar de boot of de kant te zwemmen. En niet met een borstcrawl, zegt hij. „Want dan moet je hup weer met je hoofd onder water. Dat is zo onlogisch, dat doet geen kind.” Bovendien word je van een crawl snel moe. „Het is een zware slag”, zegt Messemaker. „Een schoolslag houd je veel langer vol.”

De discussie over veilig zwemmen is sinds gisteren weer losgebarsten. Aanleiding is de aankondiging van een nieuwe zwemmethode en een nieuw zwemdiploma van de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB). De bond wil met de methode SuperSpetters kinderen sneller en met meer plezier veilig leren zwemmen. En dat leert de bond door de kinderen eerst een borst- en rugcrawl aan te leren. Dat gaat lijnrecht in tegen de zwemlessen van het Nationaal Platform Zwembaden (NPZ) die het Zwem-ABC uitgeeft – 95 procent van de Nederlandse kinderen haalt via deze weg het A-diploma. Bij het NPZ is schoolslag de basis.

Waarom kiest de KNZB er nu voor om kinderen eerst de borstcrawl aan te leren? „Omdat dat een slag is die kinderen van nature al wat beheersen”, vertelt Ellen Julius van de KNZB. „Als je kinderen voor het eerst in het water zet, bewegen ze met armen en benen als hondjes.” De traditionele schoolslag is overigens niet helemaal weg. „Die leren we ze later.”

Bij de SuperSpetters gebruiken de kinderen hulpmiddelen als zwembrillen, badmutsen en zwemvliezen. Zo kunnen ze zich beter concentreren, geen water of haren in de ogen. En met vliezen aan maken ze „mooiere langere benen, hebben ze een horizontale ligging en worden ze minder moe en komen ze makkelijker naar de overkant”.

Maar er is nog een ander voordeel aan de nieuwe methode: kinderen halen er sneller hun diploma mee, denkt de KNZB. Dat is goed nieuws, want zwemles staat bij veel ouders en kinderen niet in het rijtje staat van populaire bezigheden. Omdat het zo lang duurt, zegt Julius. Voor het A-diploma staat een jaar tot anderhalf jaar, voor het B-diploma een aantal maanden, net als voor het C-diploma. „Dat betekent dat kinderen soms wel 2 jaar bezig zijn”, zegt Julius. Zodoende gaan maar weinig kinderen door met het halen van alle zwemdiploma’s. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat 35 procent het complete ABC-diploma haalt, zegt ze. „Met onze methode zijn ze met twee keer in de week zwemmen in 10 maanden klaar. En zitten ze op het eindniveau C.”

Het Nationaal Platform Zwembaden (NPZ) is niet blij met het nieuwe diploma. We trekken nu met z’n allen niet meer één lijn, zegt woordvoerder Marjolein van Tiggelen. „Dat is voor ouders erg onduidelijk en dat geeft onrust.”

Ook de snelheid waarmee het nieuwe diploma moet worden behaald, baart het NPZ zorgen. „Twee keer per week zwemmen is heel intensief, je moet als ouder goed kijken of dat wel bij je kind past.” En dat zwemmen een straf zou zijn, vindt Van Tiggelen onzin. „Als het allemaal zo vervelend was dan had niet bijna elk kind in Nederland een A-diploma.”