Geruststellingspakket: dat zal Poetin leren

Een ‘geruststellingspakket’. Dat is wat de NAVO belooft aan de Baltische staten, in de woorden van de ministers Timmermans (Buitenlandse Zaken) en Hennis (Defensie). Het is een reactie van het bondgenootschap op het stoken van de Russische president Poetin in het oosten van Oekraïne, schreven ze vorige week aan de Tweede Kamer.

Zouden Letten, Litouwers en Esten het ook zo verkocht krijgen, het versterken van de NAVO in het oosten? Geruststellingspakket is een intrigerend woord. Het zegt tegelijk wat er bereikt moet worden en wat het middel is: een serie maatregelen die geen oplossing bieden, maar iets willen doen aan de gemoedstoestand van de mensen voor wie de maatregelen bedoeld zijn. Stel, u staat op de nominatie voor een verzorgingstehuis, maar door het regeringsbeleid moet u langer zelfstandig blijven wonen. Helpt een geruststellingspakket dan? Nederland kinderen blijken bovengemiddeld slecht gemotiveerd op school. Neemt u genoegen met een geruststellingspakket?

Misschien hadden de Balten liever een ‘afschrikkingspakket’ gehad. Maar dat is de taal van confrontatie. En zolang het niet echt nodig is, blijven politieke leiders in West-Europa daar liefst van weg, tegenover Poetin. Ook in Den Haag.

In het geruststellingspakket voor de Baltische staten zitten extra straaljagers voor patrouillevluchten. Nederland levert mogelijk F16’s. Hennis deed er al een mijnenjager bij, en binnenkort nemen extra schepen en troepen deel aan oefeningen in het oosten. Net als andere Europese ministers van Defensie klinkt ze haast strijdlustig. Maar een echte hardliner is ook Hennis niet. De defensieattaché van de Russische ambassade in Den Haag is al verteld dat ze graag met hem blijven praten: Nederland wil de politieke dialoog in stand houden.

De politieke omzichtigheid schuurt met de boemanrol van Poetin in de Europese opinie. Hij is de negentiende-eeuwse beer die aan landjepik doet en slechts minachting heeft voor westerse waarden als democratie en recht – voor het recht van de zwakste, zeg maar. Hier en daar wordt gehoopt dat zijn vlerkengedrag Europa zal verenigen. Poetin moet worden wat de financiële markten eerder bleken te zijn: een gemeenschappelijke vijand die integratie afdwingt. Na de bankenunie en economic governance nu dan een Europees leger. Hoog tijd met passie te gaan stemmen voor het Europees parlement in mei – de verkiezingen vallen samen met de Oekraïense presidentsverkiezingen.

Zo zal het niet gaan. Hoezeer hij het moge verdienen, Poetin wordt niet Europa’s droomvijand. Niet alleen om het naakte feit dat bondskanselier Merkel, Poetins belangrijkste gesprekspartner, dat niet wil. Ook in Den Haag, waar deze week in de Tweede Kamer opnieuw over Oekraïne gedebatteerd wordt, zie je waarom. Het is niet (alleen) een kwestie van angst of economisch belang. Het is het geloof dat decennia is gegroeid – het Europese geloof. Timmermans verwoordde het onlangs in de Eerste Kamer. Hij zei dat hij het „wel jammer” vindt dat Europese landen nu minder afhankelijk willen worden van Russisch gas. Want: „de geschiedenis van de Europese samenwerking leert dat het onderling van elkaar afhankelijk zijn ook een manier is om stabiliteit te bevorderen en om ervoor te zorgen dat landen via de onderhandelingstafel en via het recht problemen oplossen en niet via het recht van de sterkste.”

De Europese Unie, met zijn verdeeldheid, magere militaire dreiging en gebrekkig opereren als machtsblok, weet geen raad met vijanden. Ze kan niet in hun termen denken. De Europese reflex is vertrouwen op economische aantrekkelijkheid, verwevenheid, de lange termijn. Dat is ook de methode-Merkel. Wie daar niet in gelooft, is trouwens vaker voor dan tegen Poetin – zie Marine le Pen, zie Nigel Farage.