Gangster-thema in drama gewurmd

Wanneer het jonge echtpaar na een misoogst niet meer in staat blijkt het zaaigoed voor het volgende seizoen te betalen, doen ze wat in de hele wereld ieder jaar miljoenen mensen doen: ze vertrekken van het platteland naar de grote stad, op zoek naar werk en een nieuw levensperspectief. Maar in die grote stad – in het onderhavige geval de Filippijnse hoofdstad Manila, waar de film geheel is gedraaid – blijkt het leven keihard.

Om aan de honger te ontkomen en voor haar kinderen te zorgen, ziet de vrouw in Metro Manila zich gedwongen in een bordeel te gaan werken. De man lijkt het aanvankelijk beter te vergaan: hij vindt een baan bij een geldtransportbedrijf. Dat is evenwel zeer gevaarlijk werk – niet alleen vanwege de kans op overvallen, maar ook omdat de employés van het bedrijf voortdurend in de weer zijn met opzetjes om zelf aan het geld te komen, met schijnovervallen of het overweldigen van klanten bijvoorbeeld.

Zo begint de Britse regisseur Sean Elis zijn Metro Manila, dat half sociaal melodrama, half gangsterdrama is. Elis lijkt tussen deze genres niet te kunnen kiezen en dat geeft de film, die op het laatste Sundance-festival de publieksprijs won, iets onbestemds. De in rusteloze close-ups gedraaide scènes overtuigen aanvankelijk zeer als sociaal-realistische schildering van het meedogenloze leven in de miljoenenstad. Gaandeweg wurmt het gangster-thema zich daar een beetje tussen.

Om alles weer te verbinden heeft de regisseur een niet helemaal geloofwaardige, zeer melodramatische finale verzonnen, waarbij de naïeve boer opeens met een magnifieke list zijn gezin redt van de stedelijke ellende.

Dat daarbij ook nog eens onnodig een compleet nieuwe verhaallijn opduikt, laat zien hoe Elis met zijn scenario geworsteld moet hebben. Die worsteling is wel goed afgelopen, maar laat de toeschouwer toch een beetje perplex achter.