De wereld heeft twee gezichten

In haar nieuwste boek behandelt Rachel Kushner ontwikkelingen van de 20ste eeuw, door de ogen van kunstenaars, anarchisten en autocoureurs // „Het boek wordt door links-radicalen geclaimd, maar je mag het ook gewoon als roman lezen”

Rachel Kushner voor haar Ford Galaxy 500 uit 1964.
Rachel Kushner voor haar Ford Galaxy 500 uit 1964. foto ann summa

De inmiddels veelgeroemde energie van De vlammenwerpers (The New Yorker noemde de roman een ‘explosie van het nu’) is ook aanwezig bij de schrijfster ervan. Nederland is het laatste land van een lange, Europese tour voor Rachel Kushner, maar ze babbelt om negen uur ’s ochtends met een dusdanige geestdrift over haar tweede boek dat het lijkt alsof ze voor het eerst iemand tegenkomt die het heeft gelezen.

Wat van De vlammenwerpers zo’n intrigerende roman maakt, is Kushners lef en ambitie om grote ontwikkelingen in de twintigste-eeuwse westerse geschiedenis op een speelse manier met elkaar in verband te brengen. Ondertussen krijg je ook nog de liefdesgeschiedenis te lezen van de kunstenaars Reno en Sandro, een afstammeling van een rijke Italiaanse familie.

Uw roman is ingenieus van structuur en zit bomvol thema’s. Waar begint zo’n boek voor een schrijver?

„Ik ben me voordat ik begin te schrijven slechts vaag bewust van de thema’s die ik in het boek wil behandelen. En vaag moet het blijven, want ik kan een roman nooit met zo’n lijst aan thema’s beginnen, omdat er uit zo’n koud gegeven geen energie valt te slaan. Het boek is begonnen met een beeld dat me voor ogen stond, namelijk dat van rubber. Ik begon er langzaam op te vertrouwen dat dat een verbindende factor kon zijn voor wat ik allemaal wilde vertellen. Rubber groeide gedurende de twintigste eeuw uit tot een belangrijk industrieproduct, er werden motorbanden van gemaakt en veel kunstenaars gebruikten het in jaren zestig als materiaal.”

Was u bang dat het verknopen van de onderwerpen geforceerd over zou komen?

„Wat ik als romanschrijver probeer te doen heeft niet zozeer met het ‘verknopen’ van onderwerpen te maken. Ik probeer ze geloofwaardig met elkaar in verband te brengen. Maar los daarvan denk ik ook echt dat er samenhang tussen bestaat. Het einde van het industriële tijdperk in de Verenigde Staten, de reactie daarop van de kunstenaars in een stad als New York, de opstand van links-georiënteerden tegen het Italiaanse gezag: het voltrok zich gelijktijdig en ik ben ervan overtuigd dat ze ingegeven werden door mondiale omstandigheden die met elkaar te maken hebben.”

U beschrijft de hoogdravende New Yorkse kunstenaars van de jaren zeventig met liefde, maar ook met spot.

„Beeldende kunst is, veel meer dan bijvoorbeeld literatuur, verbonden met een markt, met geld. Sandro is één van de zogenaamd principiële kunstenaars die het kapitalisme afwijst, maar tegelijkertijd verdient hij met die afwijzing in de vorm van zijn kunst veel geld. Ik beschouw het radicale minimalisme van hem en zijn vakgenoten als een farce. Beeldend kunstenaars zijn gewend om de kunst verzamelende rijken gerust te stellen. We zien de kunstenaar als iemand die in zijn vieze kloffie hard in een studio aan het werk is, maar vaak zijn het mensen die ook verdomd goed weten in welk duur restaurant ze het beste eten kunnen krijgen. Voor nieuwkomer Reno is dat verwarrend, omdat ze niet goed begrijpt dat de kunstwereld die twee gezichten heeft.”

In Italië leeft Reno met zowel rijken als armen. Heeft u die lagen niet te clichématig afgebeeld?

„Ik geloof niet in iemand als Pasolini die meende dat de puurheid van de arbeidersklasse verpest zou zijn door het kapitalisme, zo zwart-wit steekt het niet in elkaar. Tegelijkertijd zijn rijken ook vaak verwaand en zie ik wel degelijk de charme in van een beweging als de Metropolitan Indians, die eind jaren zeventig een deel van de uiterst linkse verzetsbeweging in Italië vormden. Hun motto, ‘stare insieme’, dat zoiets betekent als ‘wees samen’, zie je ook terug in een beweging als Occupy. Wanneer je een willekeurig Occupy-kamp binnenliep en voedsel of zorg nodig had, dan kréég je dat, en dat toonde aan dat mensen zorg voor elkaar kunnen dragen zonder de bemiddeling van de staat.”

De vlammenwerpers omvat de eerste zeventig jaar van de twintigste eeuw. Hoe kunnen we de verwikkelingen in het boek koppelen aan onze huidige tijd?

„Mijn directe sociale kring bestaat niet uit schrijvers, maar uit beeldend kunstenaars en mensen die actief zijn in de communistische en anarchistische politieke beweging. Door hen begon ik tijdens de voorbereiding van De vlammenwerpers van alles over de autonomistische Italiaanse beweging uit de jaren zeventig te lezen. Het enige verschil was dat mijn vrienden zich erin verdiepten vanwege een eventuele politieke toepassing, en ik omdat ik er een roman over wilde schrijven. Maar toen ik voor de roman wilde weten hoe het is om traangas in je ogen te krijgen hoefde ik alleen maar een live-stream van een willekeurig plein aan te zetten, omdat overal op de wereld opeens confrontaties plaatsvonden tussen burgers en politie. Deze ontwikkelingen hebben van De vlammenwerpers een actuele roman gemaakt die je op verschillende manieren kunt lezen. Een links-radicale jongen zei tegen me: dit is het boek waarmee de kern van ons denken het algemene discours in is gesmokkeld. Het wordt dus door links-radicalen geclaimd, maar je mag het ook gewoon als roman lezen.”

U lijkt uw ware gezicht te tonen in het hoofdstuk waarin Braziliaanse indianen worden afgeperst in hun werk op de rubberplantages.

„Dat is inderdaad een erg belangrijk hoofdstuk. Het is ontsproten uit een interview dat ik ooit las met een advocaat van de nabestaanden van Braziliaanse indianen die ten tijde van de Tweede Wereldoorlog als verkapte slaven op rubberplantages te werk werden gesteld. De Braziliaanse overheid had ze de ‘keuze’ voorgelegd om op de rubberplantages te werken of de oorlog ingestuurd te worden. Naderhand deed men het voorkomen alsof de oorlog nog steeds gaande was, zodat de overheid daar gedurende drie generaties lang zakken met geld aan verdiende. Wat was er met al dat geld gebeurd, wilde de interviewer weten. ‘Waar denk je dat ze Brasilia [de modernistische hoofdstad van Brazilië, red.] mee hebben gebouwd?’ luidde het antwoord van die advocaat. De belangrijkste vraag die ik in het boek stel, is in hoeverre het modernisme door geweld is gestut. Al moet je zoiets niet te pontificaal in een roman naar voren brengen, omdat het anders te programmatisch wordt.”