De grenzen van 4G

Een van de prestaties die KPN het afgelopen jaar leverde: de aanleg van 4G, snel mobiel internet. Lekker hoor, skypen, spotifyen en youtuben met gemiddeld 20 megabit per seconde. Concurrenten Vodafone, T-Mobile en Tele2 zijn hun netwerk nog aan het aanpassen, maar KPN meldt trots dat haar klanten in heel Nederland 4G-dekking hebben.

Vrij naar Asterix: Heel Nederland? Nee, een paar dorpjes langs de Duitse grens klagen steen en been over slecht bereik met hun mobiele telefoon. De gemeenten Dinkelland, Tubbergen, Losser, Enschede, Winterwijk, Berkelland en Aalten („die allen gezegend zijn met een relatief groot buitengebied en grenzen aan Duitsland”) schreven een lijvige brief naar minister Kamp van Economische Zaken.

Dat deden ze, heel handig, toen KPN topman Eelco Blok de 4G-upgrade beschouwde en zag dat het goed was. KPN was net de juichende mediacampagne begonnen: „It's a new dawn, it's a new day (...) and I'm feeling good!”

De grensgemeenten voelen zich helemaal niet goed. Ze beschuldigen KPN, Vodafone en T-Mobile ervan dat ze uit winstoogmerk vooral kiezen voor locaties met hoge bevolkingsdichtheid. „Providers blijven halsstarrig weigeren onze gemeenten van een geheel dekkend netwerk voor draadloze communicatie te voorzien.”

Vorige maand stuurde het Winterswijkse buurtschap Ratum (300 inwoners ) een alarmbrief de wereld in. Onder de slogan ‘Wat een gezeik, alweer geen bereik’– er zijn ook t-shirts van – begon de Stichting Ratums Belang een actie om een extra zendmast bij KPN los te peuteren. Zelfs alarmnummer 112 zou in Ratum niet goed bereikbaar zijn. Daarom begonnen vrijwilligers een sms-kring om elkaar in noodgevallen te helpen. Dat is burenhulp anno 2014. Of, zoals ze in Ratum zeggen, noaberschap.

Is het bereik in de Winterswijkse buurtschappen echt zo beroerd? Tijdens een testrit hadden zowel KPN als Vodafone tot diep in Ratum minstens één blokje bereik. Het is iets, maar het houdt niet over. Er is ook geen 4G-dekking, maar dat kan kloppen: KPN heeft het over „98 procent dekking buitenshuis en 96 procent binnenshuis”.

D ichtbij Duitsland wonen heeft voordelen, weet ik als geboren grensbewoner. De douaniers zijn allang vertrokken en tijdens het WK voetbal zijn we ook een beetje voor de Duitsers. Zij kopen in Nederland koffie, diesel en Zigaretten. Nederlanders tanken over de grens benzine en rijden terug met een kofferbak vol drank en vleeswaren.

Maar als het gaat om mobiele netwerken zijn de regels strenger. Antennes langs de grens mogen niet op vol vermogen draaien, om storingen aan gene zijde te voorkomen. Desondanks heb je in de grensstreek vaak ongewild een Duits netwerk te pakken – en de rekening die daarbij hoort.

Om het probleem te verhelpen, moeten providers een fijnmaziger netwerk aanleggen. Je kunt antennes finetunen en een beetje smokkelen met het wattage, maar de enige echte oplossing is: meer zendmasten met minder vermogen.

En dat kost geld. Als providers zeggen dat „100 procent dekking niet mogelijk” is, bedoelen ze dat het economisch niet mogelijk is. Het netwerk zou te duur worden.

Nieuwe mobiele technologie begint in Nederland steevast in de grote steden. Dat ligt aan de regels die het ministerie van Economische Zaken de providers heeft opgelegd tijdens de frequentieveiling. In Duitsland doen ze het namelijk precies andersom. Van de Bundesnetzagentur (wat een heerlijke taal) moet 4G eerst op het Duitse platteland aangelegd worden, op de ‘witte plekken’ waar mensen nog helemaal geen snel internet hebben. Daar begint a new dawn, a new day dus niet in de Randstad, maar in Ratum.