Opinie

Barabbas of messias, Badr Hari is projectie

Badr Hari als enige gast vanRTL Late Night
Badr Hari als enige gast vanRTL Late Night

Humberto Tan: „Wanneer kom ik in de buurt van je eergevoel?”

Badr Hari: „Dat is niet zo simpel. Als ik dat zo kon zeggen, dan waren al die dingen niet gebeurd.”

Tot gisteravond hoorde ik tot de groep van mediaconsumenten die domweg niet begrepen waarom de voor verschillende geweldsdelicten veroordeelde kickbokser Hari (29) zo tot de verbeelding spreekt. Voor zijn fans is hij het slachtoffer van een mediahetze, anderen vinden dat hij niet hard genoeg aangepakt kan worden, maar de onverschilligen zijn in de minderheid. Wat hem bewoog om zo agressief te zijn in het uitgaansleven bleef duister: hij zweeg in de rechtszaal en in de media. Ik zag gewoon een vechtersbaas zoals er zo veel zijn, niets om je heel erg druk over te maken, positief noch negatief.

Gisteren verscheen zijn geautoriseerde levensverhaal in boekvorm en praatte hij een uur lang met Tan, als enige gast van RTL Late Night. Het gesprek was wel tevoren opgenomen, want na tienen mag hij van Justitie niet in een horecagelegenheid verkeren. Tan had hem pas twee weken eerder voor het eerst ontmoet en lichtte toe dat er geen afspraken waren gemaakt over taboeonderwerpen.

Het werd een wonderlijk en ondanks alle inconsistenties verhelderend gesprek. Het meest opvallend is het taalgebruik van de man, dat in de verte aan dat van Johan Cruijff herinnert. Die formuleert vooral cryptisch, Hari verhaspelt en spreekt zichzelf tegen: „Er zijn een heleboel vuile journalisten die mijn woorden verdraaien”. Ik denk dat de pers vooral ook probeerde lopende zinnen te maken van uitspraken als: „Voor excuses moet je wel klaar zijn” en even later: „De kracht is uit mijn excuses”. Ook een heel mooie: „Ik ben de rechtbank niet, dus ik weet niet wat hun insteek is bij mijn zaak.”

In weerwil van de verbale mistbanken ging ik wel steeds beter begrijpen waar de charismatische, zacht pratende Hari in het culturele loopgravendebat voor staat. Dat was vooral de verdienste van Tan, die met inachtneming van het korte lontje en de hang naar respect van Hari goed door bleef vragen.

De vechtsporter ontkende niet dat hij zich als een narcist gedroeg. Wie zijn eer krenkt kan op problemen rekenen. En hij zegt ook te snappen dat iemand die weinig tegenspraak krijgt, de normale verhoudingen uit het oog verliest. Hij spreekt erover met een psycholoog, hoewel dat in zijn cultuur niet voor de hand ligt.

Hari woont op een eigen planeet, waar het eenzaam is, zegt hij. Woede drijft hem voort, en niet alleen in de sport: „Boos is niet het principe van boos.”

Zijn uit Marokko afkomstige ouders begrepen hem al snel niet meer. Ze komen uit een andere cultuur, zegt hij: „Mijn vader heeft nog nooit een politieman voor de deur gezien, die kent dat hele gebeuren niet.”

Er schemert iets door van de vernederingen en de afwijzingen, van de trotse Afrikaan die voor niemand buigt, van het rolmodel voor al die andere jongens die geen werk vinden of geen disco binnen komen. En tegelijkertijd zie je ook waarom veel autochtone verliezers van de ratrace in Hari een monster zien. Barabbas of messias, roept u maar! ‘Baddertje’ is een projectie.