Authenticiteit bestaat niet

Lezen // Roman Rachel Kushner De vlammenwerpers Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekman en Maaike Bijnsdorp. Atlas Contact, 480 blz. |€ 21,99 4

Toen deze zomer Rachel Kushners tweede roman verscheen, nu vertaald als De vlammenwerpers, buitelden Amerikaanse critici over elkaar heen van enthousiasme. Zo riep New York Magazine het boek uit tot het ‘beste, brutaalste en interessantste boek van het jaar’.

Daar is veel voor te zeggen en je laat je dan ook makkelijk meeslepen in de saamhorige hipheid. Doe je dat niet, dan ben je toch al gauw een Fiat Multipla- bestuurder die wat zurig kijkt naar de hippe Kushner die poseert voor haar Ford Galaxy 500 uit 1964.

Maar er zijn andere redenen dan uiterlijk vertoon om voor de retro-hip van de Galaxy te kiezen. Kushners roman is namelijk erg goed. In de eerste scène is het al meteen raak als in een soort proloog de Italiaanse soldaat Valera in 1917 een Duitse soldaat de hersens inslaat met een koplamp. Dit moordwapen is het enige wat rest van een totaal kapot gereden motor. Valera keert terug naar Milaan, sluit zich aan bij een groep die een hang heeft naar futurisme, raakt gefascineerd door snelheid, ontwikkelt de Valera Motor en wordt rijk met zijn banden- en autofabriek.

Ridicule werelden

Het is snelheid die ook de basis vormt voor het verhaal over zijn nazaat, de kunstenaar Sandro Valera, die zich decennia later, in de jaren zeventig, aansluit bij de kunstscene in New York. Hij maakt naam als minimalistisch kunstenaar en ontmoet een veertien jaar jongere vrouw, Reno. Ze kijkt tegen hem op en wil ook kunstenaar worden. Haar project: foto’s maken van chauffeurs die wachten op de baas. Afwachten en snelheid: het is een tegenstelling die haar fascineert. In 1976 heeft ze de foto’s klaar en vestigt ze voor het Valera-team in een racewagen het record als snelste vrouw op een zoutvlakte. Er volgt een geweldig verhaal over eenzaamheid en kunstenaarschap.

Kushner is erg goed in het neerzetten van werelden die een tikkeltje ridicuul zijn. Dat geldt voor de kunstenaarsgroep in New York waarin Reno dankzij Sandro terechtkomt. Iemand daar doet bijvoorbeeld heel diepzinnig over het maken van ‘witte films’, om in de traditie van Malevitsj te gaan werken. Een ander verklaart dat hij moest stoppen met schilderen omdat hij het contact met zijn ‘schilderijen verloor’.

Maar Kushner is veelzijdig, even knap schildert ze de grimmige wereld in Rome, waar Reno te maken krijgt met de Rode Brigades. Reno is daar om als snelste vrouw ter wereld reclame te maken als kalendermeisje. Maar dat loopt allemaal anders dan gedacht. Sandro’s broer is als eigenaar van de motorfabriek door de Rode Brigades ontvoerd omdat hij schuldig is bevonden aan kapitalisme.

Met even groot gemak typeert Kushner de racewereld. En die levert meteen een zeer geestige scène in het boek op: precies op het moment dat een Amerikaanse coureur met een lengtecomplex (hij is erg klein) een snelheidsrecord wil vestigen, besluiten de technici het werk neer te leggen. Ze hebben net gehoord dat er in de Italiaanse motorfabriek wordt gestaakt en ze besluiten solidair te zijn. Hoewel ze op een Amerikaanse zoutvlakte niets te maken hebben met de Italiaanse eisen van de vakbond, nemen ze toch het zekere voor het onzekere. De coureur rest slechts geduldig afwachten met zijn pak open geritst tot op zijn kleine beentjes.

Wat de uiteenlopende groepen die Kushner schetst bindt, is dat ze allemaal op zoek zijn naar authenticiteit, ongeacht of die nu tot stand komt door extreme acties als snelheidsrecords of door kunst die zo diepzinnig is dat niemand er iets van begrijpt. En, zo lijkt de boodschap van Kushner: laat authenticiteit nu net iets zijn wat niet bestaat. Wil je kunst maken dan zul je deel moeten uitmaken van je omgeving, erin durven opgaan.

Hoe dát moet, wordt mooi verteld in een verhaal dat ene Giddle (een van de hippe meisjes uit de kunstkringen) aan Reno vertelt. Giddle speelde eerst in kunstfilms, maar vond het bezwaarlijk dat ze er nooit echt bij hoorde. Ze wil zich volledig inleven, op zoek naar ultieme kunst. Om dat te bereiken neemt ze een baantje als serveerster in een oubollige tent. Ze steekt haar haar op, doet een een schort voor en slaapt met de kok. Maar wat begint als een act wordt werkelijkheid en dat blijkt helemaal niet te bevallen.

Die zoektocht naar authenticiteit, naar de relatie tussen kunst en werkelijkheid – die Kushner soms hoogdravend neerzet door pretentieuze kunstenaars aan het woord te laten en door kleine persoonlijke verhalen te vertellen – maakt deze roman zeer boeiend. Dat de razende vaart aan het slot even stokt omdat er draadjes verbonden moeten worden, doet daar dan niets meer aan af.