AFM: minder boetes, vaker een goed gesprek

Vertrouwen in financiële sector bereikt nieuw dieptepunt

De AFM is een waakhond die steeds minder vaak bijt, maar wel vaker blaft. Dat is de opvallendste conclusie die valt te trekken uit het gisteren verschenen jaarverslag van de toezichthouder op de financiële sector.

De toezichthouder legde fors minder harde strafmaatregelen op in het jaar dat het vertrouwen in de financiële sector als gevolg van een reeks nieuw schandalen opnieuw naar een dieptepunt is gedaald: de Libor-affaire bij de Rabobank, falende accountantscontrole bij Vestia, de nationalisatie van SNS Reaal. Het aantal boetes, lasten onder dwangsom, aanwijzingen, aangiftes, vergunningenintrekkingen, openbare waarschuwingen en civielrechtelijke maatregelen was vorig jaar 110. In 2012 was dat nog 187. Een daling van meer dan 40 procent. In 2011 werden zelfs nog 261 harde strafmaatregelen opgelegd.

Het aantal „informele” maatregelen, zoals „norm overdragende brieven en gesprekken” en waarschuwende gesprekken en brieven, daalde daarentegen slechts licht, van 543 naar 522 (4 procent). De waarschuwingen zijn sinds vorig jaar een nieuwe maatregel in het arsenaal van de AFM. In een jaar tijd werden 191 van zulke gesprekken gevoerd en brieven verstuurd.

Zacht beleid

Voor de AFM is die ontwikkeling een natuurlijke. Sterker, het is sinds enige tijd beleid. Harde maatregelen zijn slechts één manier om dingen te veranderen, zegt de toezichthouder in een begeleidend persbericht. „Het accent van de AFM verschuift” naar maatregelen die goed gedrag bevorderen. „Een brief of een gesprek is in sommige gevallen voldoende om een instelling tot ander gedrag te bewegen”, aldus de AFM. „Ook als het gaat om aanwijzingen wint de meer informele benadering terrein.”

De reden is volgens de AFM dat dit soort beleid simpelweg beter werkt. „Het effect is gelijk aan de formele benadering, maar veel efficiënter en administratief minder belastend”, aldus de toezichthouder. Maar tegelijkertijd spelen ook andere factoren een rol. De AFM moet met zo’n 550 man toezicht houden op tientallen, soms enorme financiële instellingen, waar gezamenlijk 260.000 mensen werken. De slagkracht van de AFM is dus beperkt, reden waarom de toezichthouder naar de meeste efficiënte maatregelen zoekt.

Daarnaast kleven er stevige beperkingen aan het opleggen van harde maatregelen zoals boetes. De AFM kan geen megaboetes opleggen zoals toezichthouders in andere landen, hoewel de mogelijkheden om hogere boetes uit te delen wel iets zijn verruimd. Dat is wettelijk zo geregeld. In totaal legde de AFM vorig jaar voor 5,8 miljoen euro aan boetes op. Dat was meer dan het jaar ervoor, maar voor de financiële instellingen zijn het geen afschrikwekkende bedragen. De drie grote banken alleen al, ABN Amro, Rabo en ING, behaalden vorig jaar gezamenlijk een nettowinst van ruim 5 miljard euro.

Bij het Libor-schandaal bij de Rabobank liet de AFM het uitdelen van een boete zelfs over aan het Openbaar Ministerie, mede omdat die het best geëquipeerd was voor het opleggen van strafmaatrelen. Het manipuleren van internationale rentevoeten gold vorig jaar nog niet als een officiële overtreding waarvoor de AFM straffen kon opleggen. Inmiddels is er wetgeving in de maak die dat moet veranderen.

Nieuwe topvrouw

Het beleid is al enige tijd geleden ingezet, onder anderen onder Theodoor Kockelkoren, die vorig jaar tijdelijk het roer overnam na het overlijden van Ronald Gerritse. Van de op 1 april begonnen nieuwe topvrouw, Merel van Vroonhoven, hoeft echter geen andere koers verwacht te worden. Zij is groot voorstander van werken aan verbetering samen met de sector. Streng waar nodig, ruimte geven waar het kan, is haar devies. Van Vroonhoven werkte zelf jarenlang in de financiële sector, onder meer bij verzekeraar Nationale Nederlanden. Ze kondigde gisteren aan de komende maanden in gesprek te willen gaan met alle onder toezicht staande financiële instellingen.

Daarbij wil Van Vroonhoven vooral ingaan op de vraag hoe het vertrouwen in de financiële sector te herstellen. Want dat is volgens haar nog altijd zorgelijk laag. Een deel van de oplossing, denkt Van Vroonhoven, zit in een cultuur- en gedragsverandering in de sector. Het woord „eerlijk” werd gisteren het meest gebruikt. Eerlijk zakendoen. Maar daar maken de financiële instellingen volgens haar nu nog onvoldoende werk van.

Echte verandering moet van binnenuit komen, bankiers en verzekeraars moeten intrinsiek gemotiveerd zijn het goede te doen. Dat, zegt de AFM, laat zich maar „beperkt afdwingen door boetes en aanwijzingen”.