De leeuweriken baltsen al weer

Een brand in Het Nationale Park De Hoge Veluwe verwoestte dit weekend begroeiing op 350 hectare grond. Toch is de natuur er niet wezenlijk aangetast. „De wortels leven nog.”

Zondag tegen negen uur ’s ochtends meldde een voorbijganger een bermbrandje bij de boswachter van Het Nationale Park De Hoge Veluwe. Door de wind verspreidde het vuur zich razendsnel over het park.

1 Is het veel wat er is afgebrand?

Ja, maar het is minder erg dat het eerst leek. Zondagavond zei Dick van den Brul, de woordvoerder van de brandweer, dat er meer dan 500 hectare grond verbrand was. Maandagochtend bleek het ongeveer 350 hectare te zijn, van de 5.400 hectare die het park groot is. Dat is ongeveer net zoveel als bij de vorige grote Veluwebrand in 1976.

2 Wat betekent de brand voor de natuur de komende jaren?

Vrijwel niets. „Even een misverstand uit de weg ruimen”, zegt Hein van Beek van Het Nationale Park De Hoge Veluwe maandagochtend. „De natuur is niet verwoest. De brand is eroverheen gegaan, maar de wortels leven nog.” Hij vergelijkt het met een hoofd waarvan alleen het haar is weggeschroeid, niet de huid.

Boswachter Johan Wensink zegt dat het allemaal „hard is meegevallen”. De pollen waren nog niet uitgelopen, dus eigenlijk is er alleen „dood materiaal” verbrand. En het bos is niet aangetast. „Alleen een paar solitaire vliegdennen zijn overstuur gegaan, en dat vind ik wel erg. Ze waren 150 jaar oud, dus die heb je niet zomaar weer terug.” Overstuur is boswachterstaal voor dood. „Maar over een paar weken, als de pollen weer uitlopen, zie je bijna niets meer van de brand.”

3 Hoe hebben de dieren de brand doorstaan?

Over het algemeen goed. Boswachter Johan Wensink: „De nesten van de veldleeuweriken, de graspiepers en de roodborsttapuiten zijn verloren gegaan, maar hun eieren waren gelukkig nog niet uitgekomen. De vogels beginnen op een andere plek gewoon opnieuw. Ik heb al weer een paar leeuweriken zien baltsen.”

Hij heeft ook heel wat paniekerige reeën en herten gezien, maar die waren volgens hem vooral bang voor de brandweerwagens en de zwaailichten. „Dat zijn ze al weer vergeten, hoor. Het zijn vluchtdieren. Ze staan nu rustig te vreten.”

De ondergrond was nog vochtig en daardoor hebben muizen en andere kleine dieren zich tijdens de brand merendeels goed in hun holletjes kunnen verschuilen.

4 Hoe is de brand ontstaan?

Dat zal wel nooit helemaal duidelijk worden. „Misschien door een brandende sigarettenpeuk”, zegt Dick van den Brul van de brandweer. „Misschien door de hete uitlaat van een auto waarvan de bestuurder moest plassen.” Zo bezien is het een wonder dat er niet veel vaker brand uitbreekt. Van den Brul: „We waarschuwen veel en het publiek houdt zich over het algemeen aan de regels.”

Tegen negen uur zag een voorbijganger een bermbrandje bij de Deelenseweg, aan de oostkant van het park, en waarschuwde de boswachter. Door de wind kon het vuur zich zo snel verspreiden dat het hardrennend nog niet bij te houden was.

5 Hoe is de brand geblust?

„Gewoon met H2O”, zegt Dick van den Brul van de brandweer. Leidingwater dus. Tachtig wagens van zes verschillende Veiligheidsregio’s waren zondag in wisseldienst aan het werk, bijgestaan door helikopters. Het bluswerk werd bemoeilijkt door de drassige en korstige ondergrond: twee wagens kwamen vast te zitten en liepen schade op.

Boeren uit de omgeving reden met hun gierwagens naar het Apeldoornse Kanaal om extra water aan te voeren. Bij code rood (groot brandgevaar) staan die gierwagens schoongemaakt en volgetankt op de erven, maar nu, in het nog relatief vochtige jaargetijde, gold code groen. Toch kwamen de boeren volgens de brandweer verrassend snel in actie.

Er werd ook water gebruikt dat op De Hoge Veluwe in bunkers is opgeslagen. Toen het sein ‘brand meester’ was gegeven, om tien over half negen ’s avonds, zijn groepen vrijwilligers met scheppen en zakken water op hun rug het gebied ingetrokken om de laatste smeulende resten te blussen. Ook maandag werd er nog nageblust.

6 Hoe zijn de kunstwerken in het Kröller-Müller Museum in veiligheid gebracht?

Volgens het „volledig uitgeschreven calamiteitenplan”, zegt Rinus Vanhof, de risico-coördinator van het museum. „Het heeft fantastisch gewerkt.”

Zondagochtend om tien uur werd Vanhof gewaarschuwd door de brandweer en om elf uur besloot hij het museum te laten ontruimen. „Er waren toen 700 bezoekers binnen. Zonder één klacht ging iedereen weg. Iedereen begreep het.”

Een half uur later – de zon werd verduisterd door de rookontwikkeling – besloot hij op eigen gezag om de collectie in veiligheid te brengen. „Eerst de Van Goghs, daarna de Seurats, en toen de hele Van de Veldevleugel.” Het duurde ongeveer twee en een half uur.

Kröller-Müller heeft 90 schilderijen en 180 tekeningen van Van Gogh en, op het moment, vijf van Seurat: absolute toppers. De totale waarde van de collectie van Kröller-Müller loopt in de miljarden.

De meeste beelden waren te zwaar om zo snel verplaatst te worden. Die zijn blijven staan.

7 Wat als er geen tijd was geweest om de kunstwerken weg te brengen?

Vanhof: „Sinds de verbouwing in 2006 moet de Van de Veldevleugel bij brand in principe fier overeind blijven staan. Het dak is van koper en overal zijn blussers, allemaal high tech. Maar we hebben niet afgewacht of het ook allemaal werkte.”