Wie op zee hulp behoeft, krijgt het

Gratis redden van recreanten op het water staat in Nederland niet ter discussie, in België wel

Waarom met een zeekaart varen als het ook met een wegenkaart kan? Dat moet de schipper van een motorjacht hebben gedacht die zegt dat hij in dichte mist is gestrand bij IJmuiden. De bemanning van een reddingsboot kan het vaartuig niet vinden en vraagt de man een vuurpijl af te steken. De redders zien niets. Dan meldt de Kustwacht dat ze een vuurpijl hebben waargenomen: op het wad, bij Terschelling.

Het is een smakelijke anekdote, maar de opstappers van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) hopen er zo min mogelijk van te verzamelen nu het vaarseizoen is begonnen. Niet alleen omdat onkunde en gebrek aan kennis tot gevaar leidt voor waterrecreanten en redders. Maar ook omdat de kosten van reddingsacties aardig in de papieren kunnen lopen voor reddingsmaatschappij en overheid.

Deze week nog redde de KNRM de levens van twee kitesurfers, negen kilometer uit de kust bij Voorne-Putten. De zoektocht met een vliegtuig, twee helikopters, drie reddingsboten en auto’s was opgezet voor een van de twee, omdat een vriend van hem alarm had geslagen na een dagje op de Tweede Maasvlakte. De redders stuitten bij toeval eerst op de andere bewusteloze kitesurfer, die alleen het water was opgegaan en nog niet werd vermist.

De KNRM betaalt bij zo’n operatie voor diesel, onderhoud en afschrijvingen van de reddingboten en een vergoeding voor de vrijwilligers – 1,25 euro per uur. Al het andere komt voor rekening van de overheid die bij reddingsacties materiaal inhuurt van het ministerie van Defensie of van particulieren. Dat kan duizenden euro’s per operatie kosten.

In het geval van de twee kitesurfers werden helikopters gebruikt van Noordzee Helicopters Vlaanderen (NHV), dat toestellen paraat heeft staan op de Maasvlakte en in Den Helder. Voor de kosten is een vertrouwelijk contract met de overheid afgesloten, zegt een woordvoerder van het Belgische bedrijf. Ook een woordvoerder van de Kustwacht wil niets zeggen over de betaling door de overheid.

Anders dan in Groot-Brittannië, waar vrijwel iedere geredde schipper beleefdheidshalve donateur wordt van de reddingsmaatschappij, is gered worden van het water in Nederland altijd gratis. Tenzij particuliere redders op IJsselmeer of Waddenzee het vaartuig eerder hebben bereikt dan de KNRM. Ook een systeem als dat in België, waar het plan is watersporters te laten betalen voor een redding bij windkracht 7 of meer, zal het hier niet redden.

„De basis is altijd geweest: wie hulp nodig heeft, krijgt het”, zegt Edward Zwitser, woordvoerder van de KNRM. Zijn maatschappij heeft reddingboten op 45 stations langs de kust van Eemshaven tot Cadzand en op de ‘ruime binnenwateren’, zoals het IJsselmeer en de Zeeuwse delta. „We bestaan van onbetaalde krachten en vrije bijdrages. Als we daaraan tornen, stort het systeem in.”

Met reddingsacties voor ver afgedreven kitesurfers, in kustwachtkringen ‘kwijtsurfers’ genoemd, lijkt het alsof vooral de watersporters moeten worden gered die spectaculaire sporten beoefenen. Dat is niet zo. Vorig jaar voer de KNRM tweehonderd keer uit voor een kitesurfer – en een enkele windsurfer. Veel vaker moesten de opstappers een kajuitzeiljacht helpen: 708 keer. „En we zien vooral op motorjachten absolute onkunde”, zegt Zwitser. „Mensen die op een prachtige zomerdag de camping verruilen voor een bootje en geen idee hebben dat er vaargeulen en zandbanken bestaan.”

De schippers van de KNRM registreerden bij slechts 59 van de 1.997 reddingsacties in 2013 ‘onvoldoende kennis en ervaring’ als oorzaak. Maar het werkelijke aantal is hoger, zegt Zwitser, omdat een als motorstoring of navigatiefout genoteerde reden ook uit onkunde kan voorkomen.

Het Watersportverbond predikt ‘gezond verstand’ op het water, maar weet dat ongelukken bij kitesurfen bijna niet te voorkomen zijn. Het plaatje van de sport spreekt beginnelingen aan, zoals ook mensen zonder looptraining een marathon willen voltooien, op slippers de Mont Blanc willen beklimmen of bij de eerste sneeuwvakantie buiten de piste willen skiën.

Dat kitesurfers niet altijd even populair zijn bij andere watergebruikers komt ook door de risico’s. Ze hebben al eigen vaarzones en verboden omdat vooral de vliegerlijnen hinderlijk en gevaarlijk zouden zijn. En een gecrashte surfer zonder kite is, anders dan een boot in de golven, bijna onzichtbaar. Een stroboscooplampje aan de bovenarm, noodvuurwerk of een soort gps-systeem zouden kunnen helpen. Zwitser: „Maar dat is voor de meeste surfers niet sexy genoeg, vrees ik.”

Een van de deze week geredde kitesurfers kondigde aan met vlaaien het KNRM-station in Hoek van Holland te bezoeken en zijn jaarlijkse donatie te verdubbelen. Een uitzondering, want meestal hoort de KNRM niets meer van geredde watersporters. „De meeste vrijwilligers doen dit werk voor de kameraadschap, niet voor dankbaarheid. Ze worden ook eigenlijk nooit boos op iemand die zich niet verstandig gedraagt op het water. Tenzij er ook kinderen in gevaar zijn gebracht, dan wordt er wel eens iemand stevig toegesproken.”