Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.

Economie

Toen een kopje koffie nog een schoteltje had

Op de economiepagina’s ging het over koffie. Starbucks verplaatste zijn Europese hoofdkantoor van Amsterdam naar Londen. ‘Nieuws met een rouwrandje’ en een ‘wake-upcall’ vonden ze bij werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Amerikaanse Kamer van Koophandel in Amsterdam. Misschien las ik het nieuws op de verkeerde plaats – aan zo’n staantafel bij Starbucks op Utrecht CS – maar ik kon er niet om treuren. Integendeel. Rot toch op als je hier geen belasting wilt betalen, dacht ik, en neem je 44 koffiewinkels mee.

Ik had heimwee naar vroeger, naar nog niet zo lang geleden, toen je als je een kopje koffie wilde gewoon een kopje koffie bestelde en dat dan kreeg. Aan een tafeltje in een kopje met daaronder een schoteltje waarop dan soms een koekje lag.

Heel anders dan bij Starbucks, waar ik gisteren aansloot in een rij. Achter de counter stond een roedel scholieren. Starbucks 1 nam de bestelling (een dubbele espresso) op. Starbucks 2 ging het maken. Starbucks 3 rekende met me af. Starbucks 4 bracht mijn espresso naar de andere kant van de counter, waar het bij mij dus altijd misgaat want ik ben zo’n droeftoeter die blijft staan op de plaats waar hij heeft betaald. Starbucks 3 vroeg of ik wilde doorlopen. Starbucks 5 liep met een bezem en constateerde met mij dat mijn bestelling was verdwenen, meegenomen door een daartoe onbevoegde. Hij verwees me terug naar Starbucks 1, die wel een nieuwe dubbele espresso wilde ‘toevoegen’ maar daarvoor eerst een fiat moest hebben van Starbucks 3 die over de kassa ging. Tijdens het wachten op de juiste plek had ik een gesprek met Starbucks 5, die wat onhandig op zijn bezem leunde. Ik vertelde hem over vroeger, de tijd dat je een kopje koffie bestelde en dat degene achter de balie dan alle handelingen uitvoerde. Leek hem dat niet leuk?

„Euh”, zei Starbucks 5, „best ingewikkeld toch?”

„Zeur niet zo”, zei de mevrouw achter me. „Ik ben fan van dit concept.”

Aan de staantafel las ik dat ook Dunkin’ Donuts naar onze winkelstraten kwam. Zeventien jaar geleden hadden ze het ook al een keer geprobeerd, maar toen bliefden de Nederlanders het concept nog niet. Maar omdat de donut amper in prijs gestegen was zagen ze nu mogelijkheden. Zo dachten ze dus over ons: als het maar goedkoop is dan kun je de Nederlander alles door de strot duwen. Met een sloot koffie om het weg te spoelen.