Verbied de vereniging, niet de meningsuiting

Gisteren vroeg een bonte verzameling opiniemakers, waaronder Kustaw Bessems, Arnon Grunberg en Beatrijs Ritsema, in de Volkskrant aan de Hoge Raad om Martijn niet te verbieden. Eén van hun argumenten is dat een verbod een ernstige inbreuk zou maken op de vrijheid van meningsuiting, en daarmee ook op de mogelijkheid van meningsvorming. Een van de ondertekenaars, de socioloog Gert Hekma, schreef eerder deze maand in NRC Handelsblad dat zelfs de ‘liefde’ tussen volwassene en kind met een verbod ‘het spreken onmogelijk wordt gemaakt’.

Het is wonderlijk hoe de vrijheid van meningsuiting hier met de haren wordt bijgesleept. Het is tegenwoordig politiek correct om de vrijheid van meningsuiting zo ‘groot’ of ‘ruim’ mogelijk te willen maken en om elke belediging te beantwoorden met een obligaat ‘Je mag dit zeggen, maar...’

Het gaat hier echter niet over vrijheid van meningsuiting. Juridisch gezien gaat het over de ‘openbare orde’, op grond waarvan het recht tot vereniging kan worden beperkt. En dan vooral over de vraag of je je mag verenigen rond een doel dat haaks staat op de strafwet. Martijn streeft naar ‘de acceptatie van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen’ en zulke ‘relaties’ zijn strafbaar in Nederland, en al helemaal bij kinderen onder de 16. Dat Martijn meer is dan een praatclub bleek uit het feit dat de voorzitter gesnapt is met 150.000 foto’s en 7.500 video’s met kinderporno.

Discussie aanzwengelen

Zo’n vereniging zouden we dus niet als vereniging moeten willen erkennen. Een vereniging die streeft naar de acceptatie van, bijvoorbeeld, diefstal, moord of kannibalisme zouden we toch ook niet tolereren?

De mensen van Martijn kunnen vanaf morgen gewoon de discussie blijven aanzwengelen. Ze kunnen boeken schrijven, brieven insturen, mee doen aan tv-programma’s. En dat moeten ze vooral doen, om hun gevoelens te uiten en te bespreken, en om de rest van Nederland de mogelijkheid te geven zich een mening te vormen over pedofilie en pedoseksualiteit. Maar hun doel moeten we niet officieel gaan erkennen.