Toezichthouder NZa steekt kop in het zand

Top van NZa zwakte onrustbarende verliezen ziekenhuizen af

Beeldbewerking Fotodienst NRC

Je bent toezichthouder of je bent het niet. Dat moeten de medewerkers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) denken als zij zich in 2013 op de financiële situatie van ziekenhuizen storten. Hoe staat de sector ervoor na de ingrijpende markthervormingen en na de introductie van een nieuwe manier van declareren?

De jaarlijkse marktscan die zij daarvoor uitvoeren, is daarmee een belangrijk document. De NZa stuurt de analyse naar de minister en die stuurt de scan naar de Tweede Kamer.

In het najaar van 2013 is bij de NZa aan de Newtonlaan in Utrecht duidelijk dat het dit keer geen fijne boodschap wordt. De conclusie luidt kort gezegd dat veel ziekenhuizen een majeur probleem hebben. Die informatie haalt deze krant uit het 600 pagina’s tellende dossier dat NZa-medewerker Arthur Gotlieb eind vorig jaar heeft samengesteld. Gotlieb beschrijft daarin de totstandkoming van de marktscan ziekenhuizen over 2012.

Verliezen

Wat in 2012 een grote rol speelt bij de ziekenhuizen is een tijdelijk vangnet. Dat is bedacht omdat beleidsmakers vrezen dat alle grote veranderingen een schokgolf veroorzaken. De collega’s van Gotlieb ontdekken dat het vangnet, waarbij in 2012 en 2013 inkomstendalingen worden bijgepast, grote problemen maskeert. De rapporteurs analyseren in oktober 2013 hoe de ziekenhuizen het zonder dit vangnet zouden hebben gedaan. Dat is van belang, want vanaf 1 januari 2014 moeten ze het zonder vangnet doen.

En wat blijkt: in 2012 zou zonder bijstand 63 procent van de universitaire medische centra en 39 procent van alle ziekenhuizen in Nederland een „negatief bedrijfsresultaat” hebben gehad. Zelfs met geld uit het vangnet kampt in 2012 nog 10 procent van de ziekenhuizen met rode cijfers.

Het projectteam is het er over eens dat dit dé kans is voor de NZa om zich te laten gelden, zo beschrijft Gotlieb. Weliswaar gaat het om een ‘inconvenient truth’ (ongemakkelijke waarheid), maar waar ben je anders toezichthouder voor? En wat heeft een marktscan anders voor zin?

Gotlieb schrijft: „Een goede toezichthouder moet tijdig waarschuwen. Dan kunnen ziekenhuizen en zorgverzekeraars eventueel het roer omgooien. Want oh wee als binnenkort het ene na het andere ziekenhuis omvalt en er was geen waarschuwing, terwijl de NZa van de gevaren wist.”

Dat is geen rare gedachte. Het Ruwaard van Putten Ziekenhuis in Spijkenisse was in 2013 het eerste grote failliete ziekenhuis sinds het nieuwe zorgstelsel van 2006.

‘Theo wil niet’

Gotliebs vrees blijkt terecht. Donderdag 14 november, in de namiddag, loopt de projectleider van de marktscan Gotliebs kamer binnen. Ze is uit haar doen en zegt: „Theo wil niet naar buiten met het slechte nieuws”, doelend op bestuursvoorzitter Theo Langejan, noteert Gotlieb.

De onrustbarende cijfers worden uit de markscan geschrapt, zo blijkt uit een vergelijking van de in Gotliebs dossier aanwezige concepten en de versie die aan de Kamer wordt gestuurd. Gotlieb: „De collega’s schrikken van de onverbiddelijkheid waarmee hij een streep zet door een weloverwogen beleidsstuk. Is dit nu behoorlijk bestuur?”

Ook op andere punten wordt de tekst in de marktscan afgezwakt. De zin: „Opvallend in deze marktscan is dat de rentabiliteit van ziekenhuizen in 2012 sterk is gedaald ten opzichte van voorgaande jaren” wordt: „Voor alle type ziekenhuizen daalt de rentabiliteit tussen 2011 en 2012.”

De boodschap dat de omzet van ziekenhuizen slinkt, wordt ook verzacht. Het laatste concept rept van een omzetontwikkeling die „negatief is ten opzichte van voorgaande jaren”. In de eindversie is die „neutraal” geworden, „exclusief het honorarium van vrijgevestigde specialisten”.

‘Zeer voorlopig karakter’

Wel wordt in de begeleidende brief benadrukt dat de tijdelijke steun (het vangnet) „een zeer voorlopig karakter” heeft. De ziekenhuiscijfers moeten nog definitief worden vastgesteld.

Intern zou bestuursvoorzitter Langejan gezegd hebben dat de compensatiebedragen zo onzeker zijn, dat daarom de gewraakte berekeningen buiten beschouwing worden gelaten. Anders gezegd, misschien is het probleem wel kleiner, daarom noemen we het niet.

Gotlieb denkt: en als het nu eens groter is? Waarom niet waarschuwen voor de potentiële gevaren, daar is zo’n rapport toch voor bedoeld? Dat is toch juist de functie van een marktmeester?

Zo’n waarschuwing is niet alleen relevant voor de ziekenhuizen zelf. Ook de Tweede Kamer wil weten of de ziekenhuizen het na de overgangsperiode financieel wel redden. Ook omdat het veel geld kost: de ziekenhuizen zijn in 2012 met 430 miljoen gesteund. Die steun is er vanaf 1 januari 2014 niet meer. Kunnen die ziekenhuizen wel op eigen kracht overleven?

De NZa wil niet reageren, hangende het onderzoek naar de interne gang van zaken dat de vorige week ingestelde commissie-Borstlap zal doen.