Stemmen op een president die nooit meer wat zegt

Vandaag kiest Algerije een nieuwe president // De zittende Bouteflika is een oude, broze man die al twee jaar niet meer in het openbaar sprak // En toch is hij de belangrijkste kandidaat

Beschadigde posters van de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika, die weer herkozen wil worden.
Beschadigde posters van de Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika, die weer herkozen wil worden. FOTO AFP

De onafhankelijke Algerijnse krant El-Watan plaatste aan het begin van de campagne voor de presidentsverkiezingen van vandaag een politieke tekening op de voorpagina. Een man staart naar een lege campagneposter met de naam van president Abdelaziz Bouteflika. Hij vraagt vertwijfeld: „Is daar iemand?”

De kandidatuur van Bouteflika is het mikpunt van spot in Algerije. Twee jaar geleden sprak de 76-jarige president voor het laatst in het openbaar. Sinds hij een jaar geleden werd getroffen door een beroerte, heeft hij slechts twee kabinetszittingen bijgewoond. Als de staatstelevisie actuele beelden toont van de president, en dat gebeurt hoogst zelden, dan is een oude, broze man te zien. Altijd zittend.

Er gaan geruchten dat Bouteflika niet meer kan lopen en praten. De langst zittende president van Algerije was in ieder geval niet in staat zelf zijn kandidatuur aan te kondigen – dat liet hij over aan premier Abdelmalek Sellal. Hij begon zijn campagne ook niet met een televisietoespraak of een campagnebijeenkomst, maar met een brief aan de kiezer. Critici vragen zich af of Bouteflika nog wel kan regeren.

De president is niet almachtig

In Algerije ligt de macht echter niet alleen bij de president. Sinds de onafhankelijkheid in 1962 is sprake van een schimmige machtsdeling tussen politici en generaals, met de president als ‘primus inter pares’. Bouteflika’s ziekte lijkt dit herenakkoord op losse schroeven te hebben gezet. De afgelopen maanden ontspon zich een ongekende machtsstrijd tussen de clan rond de president en de generaals.

In het buitenland worden de ontwikkelingen met argusogen gevolgd. Algerije is een belangrijke producent van olie en gas én een trouwe bondgenoot van het Westen in de strijd tegen terrorisme. Bovendien is het land een baken van stabiliteit in een regio waar het ene na het andere autoritaire regime omver werd gekegeld door een volksopstand. Dat Algerije niet werd meegezogen in de Arabische Lente kwam vooral door de angst voor een herhaling van de wrede burgeroorlog in de jaren negentig, waarbij 200.000 mensen omkwamen.

Bouteflika wordt geprezen voor het feit dat hij vrede en stabiliteit heeft gebracht na die duistere jaren. Maar velen vragen zich nu af of die stabiliteit wordt bedreigd door strubbelingen in de top van het regime.

Door het schimmige karakter van de Algerijnse politiek is dat moeilijk te zeggen. Er zijn sterke aanwijzingen dat de clan rond de president en de beruchte generaal Mohammed Mediene op ramkoers liggen.

Zijn rivaal is óók al ziek

Mediene wordt gezien als de belangrijkste rivaal van Bouteflika, al is ook hij ziek en doet hij niet mee aan de verkiezingen. Sinds 1990 staat hij aan het hoofd van de beruchte inlichtingendienst DRS, afkorting van wat eufemistisch het Departement voor Onderzoek en Veiligheid heet. ‘God van Algiers’, is zijn bijnaam. Maar over de man zelf is zeer weinig bekend, hij blijft in de schaduw. Er is zelfs maar één korrelige foto van hem te vinden.

De aanleiding voor het conflict is het gijzelingsdrama in het gascomplex in Oost-Algerije, waarbij begin 2013 tachtig doden vielen. De clan rond Bouteflika lijkt dit vernederende incident te hebben aangegrepen om Mediene’s positie te ondermijnen. In september werden afdelingen van de DRS ondergebracht bij het ministerie van Defensie. Later werden hoge officieren van de DRS ontslagen of opgepakt.

Mediene sloeg terug via een voormalige inlichtingenofficier die journalist is geworden. In een brief beschuldigde hij de broer van de president, Said Bouteflika, ervan betrokken te zijn geweest bij elk groot corruptieschandaal van de afgelopen jaren. Los daarvan publiceerden drie vooraanstaande figuren een oproep aan „alle krachten in het land” om „met alle vreedzame middelen” in verzet te komen tegen een vierde termijn van Bouteflika.

En de Algerijnen maakt het niets uit

Die oproep vindt nauwelijks weerklank bij de bevolking. Hier en daar waren wel enkele protesten, maar meer dan honderd man kwam daar niet op af. De meeste Algerijnen voelen zich vervreemd van le pouvoir, zoals legertop, inlichtingenofficieren en politici worden genoemd.

Die apathie zal echter niet af te leiden zijn aan de verkiezingsuitslagen. Bij de vorige verkiezingen in 2009 werd Bouteflika volgens de officiële cijfers met 90 procent van de stemmen herkozen. De Amerikaanse ambassade schatte de opkomst destijds op slechts 30 procent. Dat zal bij deze verkiezingen niet veel anders zijn.

Voormalig columnist Abdallah Benadouda verwoordde de onverschilligheid van de meeste Algerijnen over le pouvoir onlangs op Facebook: ‘Jullie hebben nooit voor ons gezorgd, en ons altijd uitgesloten van jullie projecten. Laat ons met rust. Vecht jullie machtsstrijd maar ergens anders uit’.