Opinie

Houvast

De koepelgevangenis in Breda staat sinds gistermiddag leeg – twee jaar voor de officieel geplande sluiting, na 138 jaar dienst.

De koepel is gebouwd naar het panopticonmodel van Jeremy Bentham, ontworpen in de achttiende eeuw. Het idee is dat de gevangene zich altijd in het vizier van de bewaker bevindt, die in het midden van de cirkel in een toren zit. De bolvormige camera’s die in Nederland op elke straathoek hangen, hanteren hetzelfde principe: je weet niet precies waar het oog zich op richt, maar het is er, voldoende aanwezig om te garanderen dat je wordt bekeken.

Gisteren werd ook bekend dat het OM er steeds vaker voor kiest om criminele jongeren naar bureau Halt te sturen. Net als de inzet van enkelbanden, lijkt dat een versoepeling van het strafsysteem – haaks op het wrokkige streng dat Teeven en consorten graag verkondigen. Maar het past juist bij een ambitieuzere vorm van veiligheid, één die niet op uitsluiting is gericht. De samenleving wordt straks niet langer beschermd met dikke wanden, maar dankzij het ontbreken van muren of deuren überhaupt.

In de onlangs verschenen roman De Cirkel van de Amerikaanse auteur Dave Eggers, wordt het belang van een privé- ruimte neergesabeld uit morele overweging: „Wie zou iets onethisch, immoreels of onwettigs doen als hij wist dat hij werd bekeken?” In het Apple-achtige bedrijf zijn vloeren en muren van glas en ook buiten kantoortijd leggen werknemers voor elke stap verantwoording af. Drie geboden gelden:

Geheimen zijn leugens.

Delen is mee-leven.

Privacy is diefstal.

Het idee is, kortom: als we alle muren slopen, zijn er straks geen gevangenissen meer nodig.

Wie een beetje lukraak uit nieuwsberichten plukt, kan gemakkelijk bewijzen dat ‘ongezien’ gevaarlijk is. Neem het vliegtuig MH370 dat van de radar verdween, of het vermiste duo Kris en Lisanne in de Panamese jungle. Dramatische gebeurtenissen waar nauwelijks ontwikkeling in zit, maar waar toch voortdurend nieuws over is, omdat niet-weten onmogelijk te rijmen valt met de toenemende controle die we op het leven trachten uit te oefenen. Liever alles monitoren dan tergende onmacht.

Er zal een tegenbeweging zijn; misschien dat mensen expres in de dode hoek van een vrachtwagen gaan rijden, om zich even onbespied te wanen. Een ruimte van protest die duidelijk te krap is voor het verzamelen van een krachtig collectief.

Robert Meijer, woordvoerder van de Koepelgevangenis, zegt over zijn geliefde werkplek: „Eigenlijk is een gevangenis een kleine versie van de samenleving.” Maar in het cellencomplex zijn er muren die de houvast en hoop bieden dat er nog ergens uit te breken valt.

Een ander verschil tussen gevangenis en samenleving: in de eerste word je je zoveel mogelijk bewust gemaakt van de corrigerende hand van altijd aanwezige bewakers. In de tweede zo min mogelijk: dat heet dan vrijheid.