Politici die de kijkers wegjoegen, werden snel afgebeld

Den Haag

Wie het goed deed bij Pauw & Witteman, steeg in de Haagse pikorde. Maar het was geen garantie.

Pauw & Witteman maakte en brak politieke reputaties. Het tv-programma was het ideale podium voor politici met aspiraties, die vaak schaamteloos naar de Haagse redacteuren van P&W lonkten. Maar het programma dwong diezelfde politici een werkelijkheid op die men niet altijd apprecieerde: dat presentatie van beleid zeker zo belangrijk is als beleid zelf. Een werkelijkheid die Den Haag ten slotte maar had te accepteren.

Het gevolg was dat P&W mede de politieke pikorde ging bepalen. Wie het aan tafel goed deed, legde een gezonde basis onder zijn Haagse loopbaan. Wie het daar minder goed deed, of gewoon slecht, kon nog zo’n begaafd politicus zijn – maar trok uiteindelijk aan het kortste eind.

De man die dit laatste vermoedelijk het beste illustreerde was Kees Vendrik, nu lid van de Algemene Rekenkamer, in 1998-2010 de financiële specialist van GroenLinks.

Over Vendriks deskundigheid inzake de rijksfinanciën bestond in Den Haag niet de geringste twijfel: hij genoot groot gezag in de vergaderkamers. Ook een vaste tegenspeler als oud-minister Gerrit Zalm (1994-2006, Financiën, VVD) gaf hoog van hem op.

Maar bij P&W bleek hij telkens zwak uit de verf te komen. Waarom? Moeilijk te zeggen. Misschien was het zijn technische taalgebruik. Zijn lichte verstijving voor de camera. Zijn zwakke gezichtsuitdrukkingen.

Feit is dat ze bij P&W weinig aanleiding nodig hadden Vendrik op een laat moment af te bellen: slecht voor de inhoud, goed voor de kijkcijfers. En zo gebeurde het dat Kees Vendrik nooit het politieke aanzien verwierf dat hij op grond van zijn Haagse gezag en inhoudelijke kennis verdiende.

Omgekeerd maakte het programma sommige politici groter dan ze bleken te zijn. CDA’er Henk Bleker was een kijkcijferkanon maar had geen schijn van kans toen zijn partij in 2012 een leider koos. Hetzelfde overkwam dat jaar Tofik Dibi (GroenLinks): ook die P&W-lieveling bleek een uiterst magere politieke waarde te vertegenwoordigen.

P&W was vooral een podium voor politieke arrivés. Nieuwkomers maakten er niet veel kans; die moesten hun kijkcijferwaarde eerst in andere programma’s bewijzen. Nadat de redactie op een bezoekje aan de dienst kijkonderzoek met eigen ogen waarnam dat toenmalig PvdA-voorzitter Lilianne Ploumen (nu minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) in tien minuten 400.000 kijkers wegjoeg, ging men risico’s voortaan liever uit de weg.

Tegelijk creëerde de programmaformule beduchtheid bij gezaghebbende politici. De behoefte om nieuws en entertainment te vermengen, en dus een minister met een beleidsverhaal aan één tafel te zetten met „een vrouw met drie tieten”, zoals een D66-woordvoerder ooit zei, keerde zich soms tegen het programma: vooral onder Rutte I voelden bewindslieden weinig voor een optreden.

Toch won het programma steeds meer terrein. Het beste bewijs was toen Mark Rutte en Diederik Samsom na de kabinetsformatie van 2012 samen hun opwachting maakten. Fixers die met succes hun kloeke regeerakkoord op televisie kwamen vieren voordat ze er – een primeur – een woord met de Tweede Kamer over hadden gewisseld.

Hun regeerakkoord heette Bruggen Slaan. En het zei alles over de status van P&W dat de twee dragende politici van de nieuwe coalitie dachten dat ze de brug met de burger het beste via Pauw & Witteman konden slaan.