Plezier op school zegt niet alles...

Zo slecht doen ze het nog niet, die Nederlandse leerlingen. „Kennelijk doen ze het goed, omdat het moet.”

Het lijkt een paradox. De Inspectie van het Onderwijs sloeg gisteren alarm over de gebrekkige motivatie van de Nederlandse leerling. Maar uit dezelfde internationale onderzoeken waaruit dit blijkt, komt ook naar voren dat Nederlandse leerlingen best goed presteren.

De OESO meet in 65 landen de prestaties van 15-jarige scholieren op het gebied van wiskunde, leesvaardigheid en natuurwetenschappen. Nederland stond in 2013 gemiddeld over die drie onderdelen op de dertiende plaats. Het waren vooral Aziatische landen die hoger stonden. Vergeleken met andere Europese landen doet Nederland het goed.

En dat is eigenlijk best logisch, zegt Adriaan Hofman, hoogleraar onderwijsstudies aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Wij hebben in Nederland een goed functionerend onderwijssysteem, met goede leraren. Met al het geld dat we aan onderwijs uitgeven en alle energie die we erin stoppen, zou het eigenlijk raar zijn als we niet in de subtop zouden zitten.”

Volgens Theo Wubbels, hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Utrecht, lijkt het erop dat Nederlandse leraren didactisch zo goed zijn dat ze ook bij niet bijzonder gemotiveerde leerlingen het beste eruit halen. De mate waarin leerlingen plezier beleven aan het onderwijs is sowieso niet van doorslaggevend belang voor hun resultaten, zegt hij. „Deze intrinsieke motivatie van een leerling heeft wel enig effect op zijn prestaties, maar de impact ervan wordt overschat. Motivatie die van buitenaf komt, zoals strenge eisen stellen en voor een cijfer moeten werken, bepaalt een veel groter deel van de resultaten. Bijkomend voordeel hiervan: het is makkelijker leerlingen op deze manier te motiveren, dan hun plezier in het onderwijs te vergroten.”

Ook hoogleraar onderwijskunde Roel Bosker van de Rijksuniversiteit Groningen zegt dat externe prikkels belangrijk zijn om scholieren tot leren aan te zetten. „Kennelijk doen Nederlandse leerlingen het goed, omdat het moet.”

Plezier in onderwijs is mooi meegenomen, maar het is geen goede voorspeller van resultaten, zegt Bosker. „Op de ranglijst van landen waar kinderen intrinsiek zeer gemotiveerd zijn, staat een land als Mexico bovenaan. Dat scoort inhoudelijk slecht. Terwijl leerlingen in landen als Nederland en Finland minder zin hebben in school, maar wel betere resultaten halen. Je zou bijna zeggen dat er een omgekeerd verband bestaat tussen leerplezier en leerprestaties.”

Toch zijn de experts het er over eens dat er winst te behalen valt door Nederlandse leerlingen te motiveren zich meer in te spannen op school en het leerplezier te vergroten. Wilfried Admiraal, hoogleraar onderwijskunde en directeur onderzoek van de lerarenopleiding van de Universiteit Leiden, denkt dat de leerlingen die minder gemotiveerd zijn misschien de meer begaafde scholieren zijn. „We hebben in Nederland een nivellerend onderwijssysteem. De meeste leerlingen brengen we naar een prima gemiddeld niveau. Maar dat is niet voor elke leerling even uitdagend.” Uit internationale vergelijkingen blijkt dat Nederland er niet in slaagt de beste leerlingen op het niveau van de beste leerlingen in het buitenland te brengen, zegt Admiraal. „Met uitdagender onderwijs gaan zij misschien harder werken, en beter presteren.”