Moeders slaan hun kinderen, maar het helpt erg weinig

Moeders slaan hun jonge kinderen veel vaker dan ze zeggen – en het helpt niet eens! In zo’n driekwart van de gevallen misdraagt een 2- tot 5-jarige zich alweer binnen tien minuten nadat hij of zij geslagen is.

Dat blijkt uit een eerste onderzoek onder 33 hoog opgeleide Amerikaanse moeders die na hun werk (of om 17 uur) een recordertje om hun arm gespten en aanzetten, en weer uit als hun kind sliep. Vier tot zes dagen namen deze moeders alle interacties met hun kind op, tijdens deze „meest stressvolle tijd van de dag”, volgens de onderzoekers (Journal of Family Psychology, 14 april).

De onderzoeksmethode met recorders wordt amper gebruikt, terwijl ze waardevolle gegevens kan opleveren over een onderwerp als kinderen slaan. Want ouders onthouden misschien niet exact hoe een ruzie met hun kind verliep, of ze zijn er tegen onderzoekers niet eerlijk over.

Opvallend genoeg leken de moeders in deze pilot study zich weinig van het opnameapparaatje aan te trekken. De onderzoekers hoorden dat één kind geslagen werd omdat het de bladzijden van een prentenboek omsloeg; een ander werd elf keer achter elkaar geslagen. Zelfs een baby van zeven maanden oud kreeg klappen.

Voorstanders van de corrigerende tik komen er niet best af. Die zeggen dat een kalme ouder kinderen best mag slaan, mits weinig, alleen bij serieus wangedrag en als verder niets helpt, met maximaal twee pijnlijke tikken op de billen. Deze ‘richtlijnen’ haalden de onderzoekers uit Amerikaanse opvoedliteratuur. Ze werden niet nageleefd. De moeders waren in de helft van de gevallen boos en sloegen hun kinderen in 90 procent van de gevallen wegens simpelweg niet luisteren. In eerder onderzoek zeiden Amerikaanse ouders hun kinderen hooguit 18 keer per jaar te slaan; in dit onderzoek was dat ongeveer 18 keer per week. Ver boven de grens van één tot drie keer per week, waarbij sommige onderzoekers waarschuwen voor schadelijke effecten op het kind.