NZa schrapte alarmerende cijfers

Veel ziekenhuizen staan er slechter voor dan gedacht, maar de toezichthouder hield dit uit een rapport.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft eind vorig jaar alarmerende verliezen bij ziekenhuizen verzwegen. In een rapport, dat minister Schippers (Zorg, VVD) vlak voor Kerst naar de Tweede Kamer stuurde, schrapte de toezichthouder op het allerlaatste moment de belangrijkste conclusie. Die luidde dat bijna vier op de tien ziekenhuizen in 2012 verlies leden. Alle hieraan verbonden berekeningen en tabellen verdwenen eveneens uit het rapport.

Bestuursvoorzitter Theo Langejan van de NZa zou persoonlijk hebben ingegrepen omdat hij „niet met slecht nieuws naar buiten wilde”, zo noteerde klokkenluider Arthur Gotlieb in zijn dossier waarover deze krant beschikt. Gotlieb stelde een lijvig dossier samen over misstanden binnen de toezichthouder. Begin dit jaar pleegde hij zelfmoord.

De rapportage die de NZa aanpaste betreft een jaarlijkse analyse van de ziekenhuissector. De rapportage van december 2013 gaat over de toestand van ziekenhuizen tot en met 2012. In dat jaar is de manier waarop artsen hun medische behandelingen declareren ingrijpend gewijzigd. Daarom voerde het kabinet een overgangsregeling in en werden ziekenhuizen in 2012 en 2013 gecompenseerd voor te grote verschillen in inkomsten.

Grote vraag was hoe de ziekenhuizen draaiden zonder die tijdelijke regeling. De auteurs van de jaarlijkse zogeheten marktscan rekenden dat uit. Zonder de financiële compensatie zou 39 procent van de ziekenhuizen in 2012 verlies hebben geleden. Vijf van de acht universitaire medische centra zouden dat jaar zelfs een negatief bedrijfsresultaat hebben gehad. De ziekenhuizen moeten het vanaf 1 januari 2014 zonder de compensatie redden.

Ook andere gegevens werden geschrapt. Zo sneuvelde de analyse dat 10 procent van de ziekenhuizen in 2012 ook met de tijdelijke compensatie een negatief bedrijfsresultaat had. Op andere punten werden teksten afgezwakt.

De NZa zegt lopende het externe onderzoek naar het eigen functioneren geen commentaar te geven.

Het ministerie van Volksgezondheid gaat niet specifiek in op deze kwestie. Het departement laat via een woordvoerder weten dat minister Schippers in zijn algemeenheid alleen de definitieve versie van rapporten van de NZa ontvangt. Die rapporten worden dan naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het ministerie kan vooraf „vragen stellen over de onderbouwing of juistheid van informatie of conclusies” van een conceptrapport, reageert een zegsman. „Dit gebeurt op het niveau van medewerkers. De NZa kan daarop wijzigingen aanbrengen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de NZa, zij bepaalt uiteindelijk wat er wel of niet in het rapport komt te staan.”