Niemand weet echt hoe hoog de nood is bij pomphouders

De Kamer debatteert over de gevolgen van hogere accijnzen voor pomphouders in de grensstreek – zonder cijfers.

Protest in Aalten tegen de verhoging van accijnzen op brandstof.
Protest in Aalten tegen de verhoging van accijnzen op brandstof. Foto ANP

Vorige maand reden ze al triomfantelijk rond: Belgische auto’s met teksten als ‘België bedankt Rutte voor de rijkdom’ en ‘Wie is er nou dom, een Belg of een Hollander?’ Sinds het kabinet begin dit jaar de accijnzen op brandstof verhoogde, tanken Nederlanders massaal een paar kilometer over de grens. België en Duitsland vatten het op als een cadeautje van Nederland , hoewel harde cijfers over de effecten tot nu toe ontbreken. Toch zou de Tweede Kamer vandaag debatteren over de gevolgen van de accijnsverhogingen voor pomphouders in de grensstreek. Staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) wil CBS-cijfers over het eerste kwartaal afwachten. Die komen pas in mei. Waarom dan nu al een debat?

Pieter Omtzigt, CDA-Kamerlid en afkomstig uit de grensstreek, wil toezeggingen van Wiebes krijgen, zegt hij. „Ik wil een toezegging over hoe hij zal omgaan met de CBS-cijfers, en een toezegging dat er onafhankelijke ogen meekijken tijdens het onderzoek naar de gevolgen van de accijnsverhogingen. En als er iets mis blijkt, wil ik weten of Wiebes de accijnsverhoging per 1 juli kan terugdraaien of pas volgend jaar.”

Omtzigt is de felste woordvoerder in het accijnzendebat. Hij zet zich in voor pomphouders en het midden- en kleinbedrijf die door de accijnsverhoging geraakt zouden worden. Op zijn blog noemt hij de verhoging een „cadeautje van Mark aan Angela”. Het CDA heeft zelf ook kabinet na kabinet de accijnzen op brandstoffen opgeschroefd, daar is Omtzigt zich van bewust. „Wij hebben ook wel eens accijnzen verhoogd, ja. Maar nu hebben we gezien dat de opbrengsten dalen. Daar moeten we nu iets aan doen.”

Volgens hem ziet Wiebes het probleem wel. „Een week na zijn aantreden zei hij al dat er een probleem is met de accijnsverhoging. Ik weet zeker dat Wiebes die maatregel wil terugdraaien. Of hij dat ook gaat doen? Daarvoor moet hij ruimte krijgen van het kabinet. En die ruimte ook claimen. Want dit kost geld.’’

Wiebes presenteerde in januari onder druk van de Tweede Kamer wel de eerste cijfers sinds de accijnsverhogingen. Die gaven een heel ander beeld dan de critici hadden verwacht. De overheid ontving in januari 769 miljoen euro aan brandstofaccijnzen, ruim een kwart meer dan de 608 miljoen in januari van vorig jaar. Deze stijging staat haaks op het onderzoek van vereniging voor de autobranche Bovag. Die beweert dat de sector in januari 33 procent mínder brandstof verkocht en dat bijgevolg de staatskas ruim 44 miljoen minder aan accijnzen heeft ontvangen. Het CBS kwam met nog een ander getal: een stijging in de brandstofverkoop van 0,7 procent ten opzichte van januari 2013.

Wiebes had wel een disclaimer: zijn 769 miljoen was een onbetrouwbaar getal. Januari is een „vervuilde maand” omdat nog accijnzen moesten worden afgedragen over de brandstofvoorraden die pomphouders nog hadden. „Maar dacht je dat Wiebes dat in zijn brief aan de Kamer schreef? Neen”, zegt Omtzigt.

Ook Paul de Waal van Bovag zegt dat de cijfers van Wiebes onbetrouwbaar zijn. De ‘januarivertekening’ kom je ook tegen bij de CBS-cijfers, stelt hij. Daarnaast neemt het CBS niet alleen normale pompstations mee in de cijfers, maar ook grote bedrijfspompen. „Het is interessanter om te kijken naar de trend bij de gewone pomphouder. Vraag hem naar de werkelijke literverkoop en dan blijkt er iets heel anders aan de hand te zijn.” Het CBS zegt dat de stijging wordt veroorzaakt door een toename van dieselverkoop.

Omtzigt ziet het liefst dat de Bovag en het CBS samen om de tafel gaan. „Als zij naar buiten komen met een set cijfers die volgens hen betrouwbaar zijn , dan weet je dat het goed zit.”

Tot die tijd, of tot het CBS met cijfers komt, blijft het speculeren over de daadwerkelijke gevolgen van de accijnsverhoging. Harde munitie van de tegenstanders ontbreekt: er „dreigt” een faillissement voor „verschillende” ondernemers, zegt het CDA. „We weten niet of er nu al pomphouders failliet zijn”, zegt de Bovag.

Of er sprake is van weglekkende klandizie naar de ooster- en de zuiderburen, zal pas over pakweg een maand bekend zijn.