Manager moet leiden , maar wel met kennis van zaken

Slecht functionerende leidinggevenden en collega’s geven ergernis en stress. In het laatste jaarlijkse onderzoek (2012) van het CBS en denktank TNO naar arbeidsomstandigheden zegt 38 procent van de ondervraagden dat een collega slecht functioneert. Ruim 27 procent klaagt over het functioneren van een leidinggevende. Op hun beurt zullen managers ook wel eens kreunen over ongeïnspireerde medewerkers.

De omgangsvormen en de cultuur op de werkvloer kwamen zaterdag in het middelpunt van de discussie na de publicatie in deze krant van delen van het dagboek van klokkenluider Arthur Gotlieb. Hij kaartte begin dit jaar de tekortschietende privacypraktijk aan bij zijn werkgever, de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Twee weken daarna pleegde hij zelfmoord. Uit zijn dagboek rijst het beeld op van een gedegen medewerker met een lange staat van dienst die mentaal vermalen werd in een organisatie waar scoren, snelheid en functioneringsformulieren met 21 criteria de norm werden. De bejegening door zijn leidinggevende was pesterig en horkerig.

Gotliebs persoonlijk verslag laat zich lezen als een aanklacht tegen de bedrijfscultuur waarin ‘management’ als zodanig een beroep is geworden en kennis van zaken, van producten of dienstverlening niet nodig is. De Algemene Bestuursdienst van de rijksoverheid, die hogere ambtenaren in leidinggevende functies laat rouleren tussen departementen, is daar een exponent van. De concentratie op management gaat hand in hand met verzakelijking en de erkenning van financiële grenzen aan de overheidsbegroting. Maar de trend heeft ook alles te maken met ideologie en zelfbeeld. Overheden zijn zichzelf als bedrijf gaan zien, waar de burger een klant is, waar de dienstverlening een product is en de ambtenaar een gewone werknemer, die geen eigen juridische status verdient.

In de gezondheidszorg en bij de overheid is het bestaan van de ‘inhoudsloze’ manager een veel gehoorde klacht. De ervaren en kundige professional die zich tekortgedaan voelt, die zich zelfs tegengewerkt voelt door managers die meer administratie, meer regels, meer reorganisaties en meer bezuinigingen doorvoeren, maar die weinig of niets weten van de inhoud van het werk van ‘hun’ mensen en hun motivatie.

In het bedrijfsleven blijken managers, de hogere, soms zomaar passanten te zijn die binnenkomen met een golden hello en het pand verlaten met een gouden handdruk. Wie zo in elkaar zit, met alle dynamiek en veranderingsdrift, heeft niet vanzelf een hoge dunk van medewerkers met andere drijfveren en heeft minder waardering voor loyaliteit of iemands staat van dienst. Die kwaliteiten horen juist wel bij het vak, en gelukkig zijn er ook veel managers die daarover beschikken.

De economische malaise en het veelvoud aan onvaste arbeidsrelaties, van zzp’ers tot nuluren-contracten, geven werkgevers en managers op dit moment de beste onderhandelingspositie.

Toch is dat niet het slot van het verhaal. Managers die wel zéggen dat hun mensen het belangrijkste kapitaal zijn, maar daar niet naar hándelen, kunnen kortetermijnwinst boeken. Maar zij zetten zichzelf ook te kijk. Een manager moet, evenals zijn medewerkers, een professional zijn. Een professional die kennis en kunde weet te combineren, juist nu de samenleving iedereen nodig heeft in het zicht van de verdere vergrijzing.