‘Lippenstift moet je leren dragen’

Drie prijzen in korte tijd. Het talent Jett Rebel breekt nu snel door met zijn opvallende, androgyne uiterlijk en zijn veelkleurige rock en soul. Morgen speelt hij op Paaspop. Zijn album is bijna af. „Op het podium verlies ik mezelf.”

Foto Andreas Terlaak

Grote lof voor Jett Rebel: hij won een Edison als Beste Nieuwkomer en kreeg vorige week twee 3FM-awards als Beste Nieuwkomer en Serious Talent. Met slechts tien dagen ertussen opende hij met zijn band beide prijsuitreikingen: gehuld in een witte cape met zonnebril bracht hij tweemaal een rijk aangeklede versie van zijn pophit Tonight, waarin Sly & The Family Stones Dance to The Music weerklinkt. Bij het aannemen van de prijzen was Jett Rebel erg schuchter. Ongemakkelijk misschien. Van de weeromstuit klom hij toen maar boven op het spreekgestoelte van de 3FM-awards. „Dat moest mijn schrik een beetje compenseren en toch een toffe indruk achterlaten”, zegt de zanger. „Iets winnen... Het klinkt misschien ongeloofwaardig, maar ik had dat echt zo niet verwacht. Ik wist prompt niet meer wat ik moest zeggen.”

Jett Rebel (23), een vakbekwaam muzikaal en excentriek wonderkind, heeft zich in korte tijd een plek in de Nederlandse popmuziek verworven. Op twee ep’s, Venus en Mars, waarop hij alle instrumenten zelf bespeelt, rijgt hij met schijnbare nonchalance in veelkleurige rock en soulliedjes zijn muzikale invloeden aaneen.

Een extra duwtje kreeg Jett Rebel door zijn covers, op verzoek van dj Giel Beelen. En in de bioscoop klinkt nu zijn single On Top Of The World tijdens de aftiteling van de speelfilm The Amazing Spider-Man 2.

De zanger staat aan het begin van een drukke festivalzomer; vrijdag begint Paaspop, Pinkpop zal zeker een persoonlijk hoogtepunt worden. Ook zijn eigen tournee is in aantocht. Al bewegen zijn vingers met grote ringen druk over de tafel, echt onrustig voelt hij zich niet, zegt hij. De groene ogen staan helder, kalm. Een zilveren kruisje steekt in het linkeroor. Zijn handtas hangt aan de stoel. Hij kan een flamboyante verschijning zijn die graag vrouwenkleding draagt. Maar vandaag valt het mee, zegt Jelte Tuinstra, de echte naam van Jett Rebel, in een zwart jasje, wit bloesje en zwarte skinnybroek.

Het stoer gestileerde alter ego Jett Rebel dat hij zich op het podium aanmeet is extravagant, naar voorbeeld van David Bowie, Prince en Liberace. Jett Rebel omarmt de jaren zeventig en vindt de discussie over mannen in vrouwenkleren onzinnig. „Ze zijn vaak cooler dan die saaie mannenkleding. Belachelijk als mensen in 2014 nog moeilijk doen als ik een jurk wil dragen. Goed, lippenstift is voor een jongen op straat nog wel een ding. Dat moet je leren dragen, met je hoofd rechtop. Niet zoals ik in het begin: met mijn hoofd verlegen naar beneden.”

Met make-up en uitbundige kledij overwint Jelte Tuinstra zijn schuchterheid. Als Jett Rebel durft hij meer: hij bespeelt zijn publiek met grimassen, kreten en dansjes. „Op het podium kan ik mijzelf verliezen. Ik lijk soms in trance.” Dat is wat overdreven ijdel gedoe, beaamt hij. „Maar kleding en make-up zijn het pantser waarachter ik me kan verschuilen. Sommige mensen zeggen dat ik het mezelf moeilijk maak. Dat ik zo een gimmick word. Maar ik zet mensen graag op het verkeerde been: speel ik met een zwaar metal-shirt aan ineens jazz.”

Hij werd geboren in Den Haag maar groeide op in het groene Baarn. Dorpser kan het er bijna niet, vertelt hij. Met een vies gezicht: „Het Groene Graf, ja.” Maar hij kon er breeduit slingerend fietsen, en klom er graag in bomen. Op het Baarns Lyceum hoorde hij er als klein en hyperactief mannetje „op geen enkele manier” bij – tot hij in bandjes ging spelen.

Hij leerde jong drummen en pianospelen, „kapot gek” was hij als kind al van The Beatles. „Ik speelde alles na op gehoor. Dat vond ik veel makkelijker dan noten lezen.” The Beatles en Elvis waren zijn idolen. Op de lagere school was hij het jongetje met die vetkuif. „Ik ging rustig met bongo’s op straat zitten om geld op te halen voor Elvis-platen.”

Zijn rechter ‘arm of fame’ toont zijn muzikale idolen in inkt: Elvis, de namen van Sly Stone en Brian Wilson. Nu overweegt hij een tatoeage van The White Album van The Beatles. „Grappig toch, een leeg vierkant?”, grijnst hij.

Op het conservatorium van Amsterdam voelde hij zich niet thuis. In redelijk bekende bands als The Souldiers en Valerius deed hij ervaring op, maar echt passend voelde het nooit. Solo, als Jett Rebel, hinkt hij nu van muziekfase naar muziekfase, van glamrock naar de folkmuziek van Joni Mitchell. Wég is hij ook van de jarentachtigband Hall & Oates.

In Tonight is goed te horen hoe hij aan het lenen is geslagen. „Gitaarodes”, aldus Jett Rebel. Aan The Kinks bijvoorbeeld, met versnelde gitaarlijnen. Of een baslijntje zoals John Entwistle van The Who de vingers met ringen op de snaren liet rollen. Ook is hij een groot liefhebber van meerstemmige koortjes. „Met mijn ouders zong ik liedjes van The Mamas & The Papas. Mijn vader zong lead, mijn moeder de tweede stem als ik die al niet had, of ik deed het stemmetje dat overbleef.”

Na een aantal jaar in Amsterdam woont Jett Rebel nu ‘zonder afleiding’ in Soesterberg, niet ver van Baarn. In een bungalow in het bos zonder internet en tv kan hij de hele nacht muziek maken. Liedjes schrijft hij aan één stuk door. Nu hij verliefd is op een BNN-presentatrice zijn dat plots liedjes zonder ironie, bemerkt hij.

Zijn album is bijna klaar. Zijn plan voor een lange, niet af te zetten popopera heeft hij toch maar geparkeerd. „Het zou nu niet begrepen worden.” Dat mensen begrijpen wat hij doet vindt hij belangrijk. „Laatst hoorde ik dat muzieksite 3voor12 me commercieel vond. Dat snijdt superhard; ik zie mijzelf totaal niet als mainstream. Dat ik de muziek maak die ik wil en dat er mensen komen luisteren is een zege, maar niet vanzelfsprekend. Ik maak uit principe geen muziek om het geld. Oké, er is wel eens een reclamemuziekje voorbij gekomen, maar de muziek die onder mijn naam uitkomt, is uit liefde voor muziek. Voor het geld kiezen, met melodielijnen die recht je portemonnee inspelen, is een domme keuze.”

Sterker, besluit hij, „als ik twitter over Joni Mitchell of een band als Hall & Oates en jonge mensen gaan dat luisteren, vind ik dat bijna nog leuker dan dat ze mijn muziek kopen.”