Liefdespoeder? Partydrug!

Daria Bukvic regisseert dertien jongeren in Shakespeares Midzomernachtsdroom. Haar aanwijzingen moesten heel concreet zijn. „Elfenkoning Oberon? Dat is een roddelaar en onruststoker. Denk aan Albert Verlinde.”

Sem van Dijk als ezel enElise Deira als Titania in ‘Midzomernachtsdroom’.
Sem van Dijk als ezel enElise Deira als Titania in ‘Midzomernachtsdroom’. Foto David van Dam

‘Jongens, dit gaat niemand verstaan!” „Laat me zien dat je doorhebt hoe groot deze zaal is.” „Stúúr dat geluid de zaal in!” Daria Bukvic springt uit haar stoel, en voegt zich op toneel tussen twee spelers. Ze draait heupen en schouders diagonaal en gezichten naar de zaal. Zo moet je dat doen. Dan, streng richting de coulissen: „Kan het achter stil zijn? Dit leidt heel erg af.”

En en passant: „Staan de elfen klaar?”

Daria Bukvic (24) regisseert Midzomernachtsdroom bij de Haarlemse Toneelschuur, met dertien jonge spelers tussen de 15 en 19 jaar. Dat betekent snel schakelen, multitasken en veel ingrijpen en voordoen. Ze hurkt boven de 16-jarige Arie. „Kijk, Milou, zo. En dan sta je op en kus je hem.” Lacht: „Ik spring er de hele tijd tussen, ja. In het begin had ik er blauwe plekken van. En kijk” – ze zwaait met haar telefoon – „een gebroken iPhone. Te enthousiast. Maar dat vinden die kids geloof ik wel leuk.”

Bukvic regisseert de jongeren in het kader van Starring, een project van de Toneelschuur waarbij veelbelovende jonge regisseurs het productiehuis leren kennen, en talentvolle jongeren hun eerste serieuze toneelervaring opdoen. Regisseurs als Thibaud Delpeut en Casper Vandeputte gingen haar voor.

De keuze voor het stuk staat de regisseur vrij, en Bukvic koos Shakespeares Midzomernachtsdroom. „Met zo’n grote cast leek het me leuk eindelijk eens een Shakespeare te doen. En dit stuk leent zich goed voor een uitbundig kleurenfestijn op toneel.”

In Midzomernachtsdroom (1596) verdwalen twee jonge koppels ’s nachts in het bos, waar ze slachtoffer worden van een vete tussen elfenkoning Oberon en elfenkoningin Titania. Er is sprake van een liefdespoeder, door de elf Puck foutief toegepast, waardoor iedereen verliefd wordt op de verkeerde – Titania zelfs op een tot ezel omgetoverde arbeider. In de loop van de nacht leggen Oberon en Titania hun ruzie bij en herstelt Puck zijn fouten. Eind goed, al goed – met een groepshuwelijk.

Bukvic combineerde Shakespeares poëzie met eigentijdse termen en straattaal, als hashtag en dushi. De plot liet ze intact. „Maar met deze spelers krijgt het een andere lading. Zij staan op de drempel van volwassenheid, en gaan doelbewust het bos in om zich te onttrekken aan de ouderlijke macht.”

Het liefdespoeder wordt bij Bukvic een partydrug. „Je kan bij deze generatie niet meer aankomen met elfen die poeder op hun oogjes sprenkelen. Nee, de jongeren pakken het zelf aan. Ze zijn zelf verantwoordelijk voor de nacht die ze meemaken. Zonder dat ik daar overigens moralistisch over wil doen.”

Haar spelers zijn te jong, en „te goed opgevoed” om veel ervaring te hebben met drugs, zegt ze. „Maar dat is juist mooi: ze spelen niet realistisch, maar geven een imitatie van hoe zij denken dat je je gedraagt tijdens een trip. Daardoor is het meteen heel theatraal.”

Want de brug slaan naar theatraliteit, dat was soms lastig voor haar spelers. Net als speltechniek: de meesten hebben alleen wat schooltoneelervaring. „Ze komen in eerste instantie steeds met een soort filmrealisme. Dan leg ik uit dat dat wel heel mooi intiem gespeeld kan zijn, maar dat niemand ze kan verstaan.”

Anders dan bij professionele acteurs, die vaak aan een half woord genoeg hebben, moet Bukvic nu heel duidelijk en volledig zijn in haar aanwijzingen. Om de acteurs een idee te geven van hun personages, bleef Bukvic dicht bij hun belevingswereld. „Ik heb ze heldere voorbeelden gegeven uit de beeldcultuur. Oberon bijvoorbeeld is een roddelaar en onruststoker. Dus dan zeg ik: ‘Denk Albert Verlinde.’ En onze Titania, een Surinaamse, is met haar blauwe pruik en roze nepwimpers helemaal gemodelleerd naar Nicki Minaj.”

Bukvic vindt het bijzonder lonend om te werken met deze jonge amateurs. „We hebben enorme stappen gezet in lef, expressie, zelfvertrouwen. Ik voel vaak een soort pedagogische blijdschap. Dat ik, hoe klein ook, iets aan hun leven heb bijgedragen.”

Ordeproblemen ondervindt ze eigenlijk nauwelijks. „Ze zijn heel respectvol naar mij als maker, en naar het materiaal. Ze kunnen met open mond zitten luisteren als ik een mythologische verwijzing uitleg. En als ze even lopen te keten, spreek ik ze aan als professionele acteurs. We staan hier wel in de Toneelschuur. Hallo, er zijn mensen die voor jullie kaartjes kopen!”

Het helpt, denkt Bukvic, dat ze maar een paar jaar ouder is dan haar spelers. Al constateerde ze soms wel een generatiekloofje. „Ik zei een keer als regieaanwijzing: Monty Python. Dat kent de helft dan echt niet. Nooit van gehoord.” En soms vergist ze zich in hun levenservaring. „Ik wilde een jongen van 16 – stoer, blond, ziet er goed uit – zoenend met een meisje op laten komen. Maar dat durfde hij eerst niet, want hij heeft nog nooit met een meisje gezoend. Toen dacht ik wel even: o my god, ik heb gewoon zijn eerste kus geënsceneerd.”