Knip weg, die Clooney

Hoe wordt een beeld een icoonfoto? Een kleine expositie in het Persmuseum probeert het antwoord te geven.

Foto waar streetartist Shepard Fairey het Obama-hoofd van leende voor zijn beroemde verkiezingsposter (zie rechtsboven).
Foto waar streetartist Shepard Fairey het Obama-hoofd van leende voor zijn beroemde verkiezingsposter (zie rechtsboven). Foto: Associated Press/Mannie Garcia

Obama maakte er al een grap over: het is één van de weinige foto’s waaruit acteur George Clooney is verwijderd.

De Amerikaanse president doelde op een opname uit 2006 van Associated Press fotograaf Mannie Garcia. Op deze foto staan Clooney en Obama (toen nog senator) tijdens een persconferentie waar ze aandacht vragen voor de mensenrechtensituatie in Darfur. Beeldend kunstenaar Shepard Fairey gebruikte het beeld van Obama voor zijn ‘Hope’ verkiezingsposter. Dat posterbeeld, met de bekende rood-geel-blauwe kleurencombinatie, werd daarna weer eindeloos geparodieerd en verwerkt in nieuw beeld.

In de kleine tentoonstelling Icoonfoto’s en de hedendaagse beeldcultuur in het Persmuseum in Amsterdam worden nog meer voorbeelden gegeven van persfoto’s uit het verleden die worden hergebruikt. Neem de beroemde foto van Che Guevara, genomen op 5 maart 1960 tijdens een publieke rouwplechtigheid in Havana, door de Cubaanse fotograaf Alberto Korda. Ook hier werd een deel van het beeld weggesneden. Het ‘heroïsche’ gezicht van Guevara werd vervolgens als verzetssymbool eindeloos gereproduceerd: van T-shirt tot luier tot koffiemok.

Deze vorm van hergebruik is „eigen aan de icoonfoto” aldus historicus en NRC-fotocolumnist Martijn Kleppe, die met het Persmuseum de expositie samenstelde. Kleppe, die eerder het proefschrift Canonieke Icoonfoto’s schreef, definieert de iconische foto als een beeld „dat staat voor meer dan alleen de afgebeelde gebeurtenis en dat deel uitmaakt van het collectieve geheugen”. Bovendien komen elementen uit een icoonfoto vaak uit eerder gemaakte beelden. Alsof de geschiedenis zich in beeldtaal herhaalt. Een goed voorbeeld is de foto die Jaap Herschel in 1970 maakte van de Dolle Mina’s die tijdens de demonstratie voor het recht op abortus hun buik lieten zien met de strijdleus ‘Baas in eigen buik’. Recent kwamen soortgelijke beelden van de topless actiegroep Femen in het nieuws.

Ook toont de expositie een aantal foto’s die in ‘het collectieve geheugen’ staan gegrift: de beroemde foto van ‘napalmmeisje’ Kim Phuc, die naakt wegrent gedurende het napalmbombardement in 1972 tijdens de Vietnamoorlog, de man die de tanks tegen houdt op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989 en de beroemde amateurfoto van het tweede vliegtuig dat de Twin Towers doorboort.

Beelden die uitnodigen tot reflectie. Daarom is het jammer dat de tentoonstelling zo klein is. Vele icoonbeelden zijn buiten het zicht gebleven. Denk aan de Fallen Soldier van Robert Capa, de Migrant Mother van Dorothea Lange of de amateurfoto van de Iraakse gevangene met de puntzak over zijn hoofd in de Abu Ghraib gevangenis. En wat is de rol sociale media bij het creëren van icoonfoto’s? Neem de eindeloos gedeelde opname van de neergeschoten Iraanse studente Neda tijdens de protesten in Iran. Foto’s met verhalen die goed zijn voor een discussie.