Het oog van ‘Maggie the Indestructible’

Margaret Bourke-White begon als industriële fotograaf: hulzen in de Skoda Munitie Fabriek en Russisch turbinewerk.
Margaret Bourke-White begon als industriële fotograaf: hulzen in de Skoda Munitie Fabriek en Russisch turbinewerk. Foto’s Fotomuseum Den Haag

Haar studio was gevestigd bovenin het Chrysler-gebouw in New York en ze hield ze een alligator als huisdier. De Amerikaanse fotografe Margaret Bourke-White (1904-1971) was even flamboyant als ambitieus en moedig. Als vrouw was ze een voorloper in haar vak, eerst in de reclamefotografie, daarna in de fotojournalistiek en de oorlogsverslaggeving. In het Fotomuseum Den Haag is nu voor het eerst in Nederland een overzicht te zien van het werk van deze charmante en onverschrokken vrouw die veel van de beslissende momenten van haar tijd in beeld heeft weten te vangen.

‘Maggie’ begon als industriële fotograaf, met beelden van glanzende garenklossen en elektromotoren en dampende staalfabrieken die sprekend lijken op wat fotografen als Piet Zwart en Paul Schuitema toen ook in Nederland maakten. In 1929 nam haar werk een journalistieke draai toen ze voor het tijdschrift Fortune ging werken en vanaf de oprichting in 1936 voor Life.

Ze liet zich door de vooroordelen tegen vrouwen niet weerhouden. Ze werd als eerste buitenlandse fotograaf in de Sovjet-Unie toegelaten om de ontluikende industrialisering onder Stalin vast te leggen – en maakte ook portretten van Stalin zelf, zijn moeder en zijn oudtante. Eind jaren dertig reisde ze vijf maanden door het roerige Europa en kwam thuis met een veelzijdige reeks foto’s, niet alleen van de opkomst van het nazisme maar ook van het dagelijkse leven, bijvoorbeeld een straattafereel van passagiers die op de tram wachten. Ze was in Moskou toen de Duitsers in 1941 de stad aanvielen en maakte prachtige opnamen van de bommenregen tegen de nachtelijke luchten. In 1943 vloog ze als eerste vrouw met een combatmissie van het Amerikaanse luchtmacht, en ze was als een van de eerste fotojournalisten mee naar de concentratiekampen. ‘Maggie the Indestructible’ werd ze op de redactie van Life genoemd.

Zelfs in de harde werkelijkheid van oorlog en hongersnood hield ze oog voor de esthetiek van belichting en compositie. Haar beroemde foto van overlevenden achter prikkeldraad in Buchenwald, waar ze in april 1945 met het Amerikaanse Derde Leger van generaal Patton binnentrok, heeft de subtiele glans van een filmstill. Haar drie hongerige Russinnen (1932) die samen aardappelen uit een schaal oplepelen, roept meteen associaties op met de Aardappeleters van Van Gogh.

De tentoonstelling is door de Spaanse uitgever La Fábrica samengesteld uit de enorme archieven van Bourke-White die in beheer zijn bij de Amerikaanse Syracuse University. Die is al eerder te zien geweest in München en Berlijn en gaat hierna naar Noorwegen. Alleen dankzij een samenwerking kunnen de afzonderlijke musea een omvangrijke expositie als deze tonen, maar daar staat tegenover dat ze geen invloed hebben op de samenstelling.

Het is anders niet te verklaren dat, terwijl deze tentoonstelling zich richt op de jaren tussen 1930 en 1945, er niets te zien is van haar werk over de Grote Depressie. Samen met haar tweede echtgenoot, de schrijver Erskine Caldwell maakte ze er in 1937 een boek over, You Have Seen Their Faces. Dit is des te opmerkelijker omdat in de catalogus staat dat dit project een grote invloed had op haar inlevingsvermogen tegenover de mensen die ze fotografeerde. Het Fotomuseum heeft alleen twee afdrukken kunnen toevoegen uit de collectie van het Rijksmuseum, van een staalfabriek (1927) en een straatmuzikant uit ongeveer 1930.

Wel is in Den Haag een intrigerend document te zien dat in München en Berlijn uit de tentoonstelling was gehaald: een kaartje van Hitler uit 1940 waarin hij Bourke-White de hartelijke Kerstgroeten doet en haar een pak koffie stuurt. Het lijkt vooral een bewijs dat zelfs Hitler begreep dat je ‘Maggie’ beter te vriend kon houden.