...en er is geen tijd het leuker te maken

Leraren worstelen met de conclusies van de inspectie. Ze vinden ouders dominanter.

„Ik sta natuurlijk niet in het buitenland voor de klas”, zegt docent Nederlands Aafke Romeijn (27). Ze vindt het daarom lastig om in te schatten of Nederlandse leerlingen minder gemotiveerd zijn dan hun leeftijdgenoten in andere landen, zoals de onderwijsinspectie suggereert. De lerares ziet wel dat leerlingen pas echt hun best gaan doen als ze ergens een cijfer voor krijgen. „Maar dat is inherent aan ons onderwijssysteem. Wij willen nu eenmaal alles meetbaar maken, en dan gaan ze cijfers vanzelf belangrijk vinden.” Ook Ad Gielen (60), die wiskunde geeft op scholengemeenschap De Nassau in Breda, vindt het moeilijk om de resultaten van het inspectieonderzoek te wegen. De motivatie is volgens hem de afgelopen jaren in ieder geval niet achteruit gegaan. „Leerlingen zien nou eenmaal niet altijd het nut van onderwijs in. Dat is denk ik niet veranderd in de 33 jaar die ik voor de klas sta. En als mij als scholier was gevraagd wat ik van school vond, denk ik ook dat ik had gezegd dat ik het niet erg leuk vond.”

Romeijn, die lesgeeft aan het Christelijk Gymnasium in Utrecht, denkt wel dat het makkelijker is om vwo-leerlingen te motiveren dan bijvoorbeeld leerlingen op het vmbo. Dat zegt Gielen ook. „Op het vmbo is het soms moeilijker om leerlingen enthousiast te maken. En als kinderen een vak leuk vinden, is het voor een docent makkelijker.” Het combineren van ‘wiskunde’ en ‘leuk’ is een uitdaging, zegt hij. „Er zijn zoveel toetsmomenten, dat we geen tijd hebben om iets extra’s te doen, zoals ons programma aanpassen aan de actualiteit.”

Ook Willem Luijmes (57), docent aan scholengemeenschap Marianum in Lichtenvoorde, geeft wiskunde. Hij herkent zich deels in de conclusies van de inspectie. Leerlingen zijn gauw afgeleid, vinden snel dingen stom. Veel tijd om het vak leuker te maken heeft een docent niet, zegt hij. „In de bovenbouw van het vmbo kom je niet aan veel meer toe dan de verplichte hoofdstukken er doorheen jassen. Je bent alleen bezig met die leerlingen door het examen heen te loodsen.” Maar hij vindt ook dat een les echt niet altijd alleen maar leuk hoeft te zijn. Ook Romeijn vindt die nadruk op ‘leuk’ wel erg „typisch”. Luijmes: „Misschien worden Nederlandse kinderen thuis te veel als prinsen en prinsessen behandeld.” En er zijn inderdaad veel toetsmomenten, zegt hij, maar die zijn voor sommige leerlingen „de enige stok achter de deur”.

Docent Nederlands Romeijn denkt verder dat de invloed van ouders op het gedrag van de kinderen niet kan worden onderschat. „In de vijf jaar dat ik nu voor de klas sta, merk ik dat ouders steeds dominanter worden.” Dat is lastig voor docenten, maar ook voor leerlingen. „Sommige leerlingen vallen buiten de boot, omdat ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. Als je ouders je erg onder druk zetten om te presteren, kan desinteresse voor pubers een ideale manier zijn om in opstand te komen.” Dat ziet Luijmes ook. „Ouders willen soms dat kinderen een hoger niveau dan het vmbo halen, terwijl ze juist liever met hun handen werken. Het is moeilijk om die leerlingen gemotiveerd te houden.”