Eerherstel voor dermatologen na valse beschuldiging van fraude

Je mag ontevreden zijn met een vonnis, maar je mag niet liegen. De rechter straft het Catharina Ziekenhuis af.

Het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven rectificeert vandaag in zes kranten – waaronder NRC Handelsblad – beschuldigingen van diefstal en fraude aan het adres van vier dermatologen. Het ziekenhuis is hiertoe gisteren door de rechter verplicht in een kort geding aangespannen door de dermatologen.

Tussen het ziekenhuis en de dermatologen woedt sinds 2012 een conflict. De vier specialisten, die samen de vakgroep dermatologie van het ziekenhuis vormden, zetten dat jaar binnen de ziekenhuismuren een praktijk op voor onverzekerde cosmetische dermatologie. Volgens hen was de praktijk in het belang van de patiënten: sommige spataderbehandelingen werden niet meer vergoed, en het viertal wilde voorkomen dat patiënten voor spatader A wél in het ziekenhuis terechtkonden, en voor spatader B niet.

Volgens het ziekenhuisbestuur hadden de vier geen toestemming gevraagd voor de praktijk, en handelden zij frauduleus. Zo zouden zij voor hun praktijk personeel en middelen van het ziekenhuis hebben ingezet. Het ziekenhuis ontsloeg hen in mei 2013.

Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg, de geschillencommissie in de medische sector, oordeelde eind vorig jaar dat het ziekenhuis in zijn recht stond met het ontslag. De samenwerking met de artsen was immers „onherstelbaar beschadigd”. Maar van fraude was geen sprake, aldus het scheidsgerecht; het ziekenhuis moest de vier samen 1 miljoen euro vergoeden voor gederfde inkomsten.

Na dat vonnis belegden de ziekenhuisbestuurders begin dit jaar een persconferentie, waarbij de voorzitter van de raad van toezicht sprak van „apert fout gedrag” van de dermatologen. Een bestuurslid vergeleek hun handelen met dat van een medewerker die een printer mee naar huis neemt en op Marktplaats te koop zet. De Telegraaf kopte: „Dermatologen pleegden fraude”.

De vier dermatologen, inmiddels werkzaam in zelfstandige behandelcentra, spanden daarop een kort geding aan. De ongunstige publiciteit schaadde hen, en ze wilden eerherstel.

Gisteren oordeelde de rechtbank dat het ziekenhuisbestuur te ver is gegaan. Het Scheidsgerecht Gezondheidszorg had immers vóór de persconferentie gevonnist dat de vier niet frauduleus hadden gehandeld. Het ziekenhuis mag zijn onvrede over zo’n vonnis uiten, zei de rechter, maar het moet de inhoud ervan wél zuiver weergeven. Dat deden de bestuurders niet: zij hielden nu „achteraf” een publiek pleidooi voor het „niet gekregen eigen gelijk”. Het Catharina betreurt de uitspraak, zegt een voorlichter, en onthoudt zich van verder commentaar.