Dit zeggen leraren over hun leerlingen

Nederlandse leerlingen behoren tot de minst gemotiveerde ter wereld // Maar ze presteren best behoorlijk // Hoe kan dat?

Ad Gielen (60), docent wiskunde op De Nassau in Breda

„Als je mij als scholier had gevraagd wat ik van school vond, denk ik ook dat ik had gezegd dat ik het niet erg leuk vond. Leerlingen zien nou eenmaal niet altijd het nut van onderwijs in. Maar ik heb meegewerkt tijdens een uitwisselingsproject met Spaanse leerlingen en ik geloof niet dat zij nou zoveel gemotiveerder zijn. In de 33 jaar dat ik voor de klas sta is er voor mijn gevoel ook niet erg veel veranderd. Wat je wel ziet op het vmbo, is dat het soms moeilijker is om leerlingen enthousiast te maken. Moeilijker dan op het vwo, waar ik ook les heb gegeven. En als kinderen een vak leuk vinden is het voor een docent al makkelijker, maar ja, wiskunde is natuurlijk wat saaier. Bovendien hebben we zoveel toetsmomenten, dat we ook niet veel tijd hebben om het programma aan te passen aan de actualiteit.”

Aafke Romeijn (27), docent Nederlands op het Christelijk Gymnasium in Utrecht.

„Ik sta natuurlijk niet in het buitenland voor de klas, dus ik vind het lastig om te zeggen of Nederlandse kinderen nou echt ongemotiveerder zijn. Ik zie wel dat leerlingen vaak pas echt hun best gaan doen als ze ergens een cijfer voor kunnen krijgen. Maar dat is inherent aan ons eigen onderwijssysteem. Wij willen nu eenmaal alles meetbaar maken, dus dan gaan ze cijfers vanzelf belangrijk vinden. In de vijf jaar die ik nu voor de klas sta, merk ik ook dat ouders steeds dominanter worden. Dat is lastig voor docenten, maar ook voor leerlingen. Sommige leerlingen vallen buiten de boot, omdat ze niet aan de verwachtingen kunnen voldoen. Als je ouders je erg onder druk zetten om te presteren, zou desinteresse voor pubers een ideale manier zijn om in opstand te komen. En trouwens, volgens mij hoor je altijd altijd al dat kinderen die gek waren op lezen, er meteen mee ophielden toen het verplicht werd op de middelbare school.”

Willem Luijmes (57) is docent wiskunde op scholengemeenschap Marianum in Lichtenvoorde.

„In de bovenbouw van het vmbo kom je niet aan veel meer toe dan de verplichte hoofdstukken er doorheen jassen. Je bent alleen bezig met die leerlingen door het examen heen te loodsen. Je komt echt niet aan iets anders, iets leukers, toe. Maar misschien hoeft het ook niet altijd leuk te zijn, misschien zijn Nederlandse kinderen ook wel een beetje te verwend. Worden ze te veel als prinsen en prinsessen behandeld. Bij mij in de klas loopt het nog prima, maar je kunt op het vmbo echt de touwtjes niet laten vieren. Dan hou je een klas niet in de hand. En veel kinderen kiezen wiskunde alleen omdat het van hun ouders moet. Ze willen dat die kinderen een wat hoger niveau van het vmbo halen, terwijl ze soms juist liever met hun handen werken. Het is moeilijk om die leerlingen gemotiveerd te houden.”

Interviews door Geertje Tuenter