Dat vervolgen van Wilders is onze democratie onwaardig

Politici vervolgen om hun mening: niet doen. De rechterlijke macht is geen politiek instrument, vinden Christiaan Kwint en Tom Leijte.

Het Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders heeft haar achterban een slechte dienst bewezen. Een poging van deze organisatie om Geert Wilders in een rechtszaal de mond te snoeren helpt gekwetste Marokkaanse Nederlanders namelijk geen stap verder. Integendeel: het beëindigen van de discussie voorkomt dat uitspraken van de PVV-politicus door anderen weerlegd zullen worden.

Na een oproep van Geert Wilders om aangifte te doen tegen Samsom en Spekman was de politieke klucht compleet. Volgens Wilders waren eerdere uitingen van Samsom en Spekman veel heftiger dan zijn eigen uitspraken over Marokkanen. Het aangiftecircus draait sindsdien op volle toeren en iedere vorm van inhoudelijke discussie is ver te zoeken.

Velen zullen hierbij terugdenken aan het eerdere proces tegen Geert Wilders in 2010 en 2011. Tijdens dit proces werd de PVV-leider vrijgesproken van het aanzetten tot haat en racisme. Deze zaak is echter niet het eerste voorbeeld van een juridisch proces tegen een politicus.

De veroordeling van Hans Janmaat eind jaren negentig illustreert perfect waarom de gang naar de rechterlijke macht op geen enkele manier bijdraagt aan het politieke debat. Janmaat, destijds leider van de zeer rechtse Centrum Democraten, werd in 1997 veroordeeld wegens ‘discriminatie’ en ‘het aanzetten tot haat jegens etnische minderheden’.

Wat de rechtbank tot dit oordeel bracht? De rechters meenden dat uitspraken als „Wij schaffen, zodra we de mogelijkheid en de macht hebben, de multiculturele samenleving af” in combinatie met leuzen als „Vol=Vol” niet geuit zouden mogen worden.

Als Wilders tegenwoordig dergelijke uitspraken zou doen, zou dat amper nog het nieuws halen, laat staan dat een rechtbank tot veroordeling zou overgaan.

Sterker nog, soortgelijke uitspraken zijn aan de orde van de dag. Zo merkte minister-president Mark Rutte enkele jaren geleden op dat de multiculturele samenleving „mislukt” is en dat „we dit experiment in de jaren tachtig begraven hebben”.

Het verbieden van de uitlatingen van Janmaat heeft niet geleid tot een fundamenteel maatschappelijk debat. En zijn veroordeling heeft de voedingsbodem voor zijn standpunten niet verkleind.

Waar toen slechts de politiek leider van een splinterpartijtje zulke uitspraken deed, behoort dit tegenwoordig tot het repertoire van de minister-president. Los van het feit of de uitspraken van Mark Rutte terecht zijn, is het onwenselijk dat hij hiervoor zou worden vervolgd. Het is namelijk van het grootste belang dat politici in de politieke arena bestreden worden, niet in de rechtszaal.

Het politieke debat geeft gekwetste mensen, of hun vertegenwoordigers, de gelegenheid om de betwiste uitspraken te weerleggen. Op zo’n moment kunnen politici de essentie van hun vak uitoefenen: beargumenteren en overtuigen. Een discussie is de ultieme gelegenheid om discriminerende uitspraken feitelijk én moreel te weerleggen.

Als geprobeerd wordt om politieke uitspraken in de rechtszaal te weerleggen ontstaat het tegenovergestelde effect. In de rechtszaal gaat de aandacht enkel uit naar de bewuste uitspraken en op de vermeende schade die deze veroorzaakt zouden hebben. Voor inhoudelijke tegenargumenten is nauwelijks plaats.

Dit bleek ook gedurende het eerste politieke proces tegen Wilders. Er was meer ruimte voor besprekingen van dinertjes, wrakingen en juridische argumenten dan argumenten die de uitspraken van Wilders inhoudelijk onderuit haalden. De schade voor Marokkaanse Nederlanders wordt dus door een rechtszaak groter en niet kleiner.

Een negatief effect van vervolging van Wilders is daarnaast de aantasting van het vertrouwen in de rechterlijke macht. De PVV-leider is zich daar goed van bewust. Kort voordat hij op 19 maart zijn omstreden uitspraken deed, verwachtte hij al: „Misschien zijn er zelfs D66-officieren die het een proces aandoen.”

Als de rechterlijke macht daadwerkelijk tot vervolging overgaat, verwordt zij tot een politiek instrument om politici monddood te maken. Een zeer onwenselijke situatie in een land waar de rechterlijke macht onpartijdig en onafhankelijk wil optreden.

Het vervolgen van politici omwille van hun mening hoort niet thuis in een democratie. De rechterlijke macht is geen politiek instrument. Het is de taak van politici om, gedekt door de vrijheid van meningsuiting, verwerpelijke standpunten met inhoudelijke argumenten te bestrijden. Zoals Voltaire het ooit puntig formuleerde: „Ik ben het niet eens met wat je zegt, maar ik zal het recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen.’’