Begrip voor Poetin is onbegrip voor Oekraïne

De operatie in Oost-Oekraïne heeft alle trekken van een Russische ondergrondse sabotage-operatie, meent Laura Starink.

Illustratie Daryl Cagle

Na de illegale annexering van de Krim door Rusland zijn we sinds tien dagen getuige van de vakkundige ondermijning van het oosten van Oekraïne. Hoeveel Russen zelf in het Donbass op de grond actief zijn, is onbekend. Op de Krim waren de ‘groene mannetjes’ overal. Poetins verdediging dat dat slechts de reguliere militairen van de Russische Zwarte Zeevloot in Sevastopol betrof was irrelevant: het akkoord over de stationering van de vloot voorzag niet in de omsingeling van Oekraïense legereenheden en de bezetting van het schiereiland.

In Oost-Oekraïne moeten we het doen met flinters van bewijs: versprekingen van Russen, onderschepte telefoongesprekken, inschattingen van de lokale bevolking, de plotseling overal opgedoken wapens, de overduidelijke coördinatie van de gewapende opstand in stadjes langs de spoorlijn die Rusland met de Krim verbindt (in andere grote steden als Charkov, Odessa, Dnepropetrovsk of Zaporozje is wel onrust maar zijn nog geen wapens in het geding). De Oekraïense geheime dienst heeft telefoongesprekken vrijgegeven waaruit blijken moet dat de acties vanuit Rusland worden geleid.

Vast staat verder dat Russische ‘toeristen’ een rol spelen bij de ongeregeldheden, wetend dat hun broederhulp door de Russische politieke leiding en de bevolking hogelijk wordt gewaardeerd. De commandant van de opstandelingen in Donetsk zei, op de vraag of hij uit Donetsk kwam: „Nee, ik kom uit Jefremov uit de [Russische] provincie Toela”. De operatie in Oost-Oekraïne heeft, kortom, alle trekken van een Russische sabotage-operatie, die grotendeels wordt uitgevoerd door lokale activisten.

Desalniettemin groeit in het Westen het leger Putin-Versteher. In Duitsland hebben 200 zakenlui en intellectuelen een open brief geschreven waarin ze overlopen van begrip voor het gedrag van Rusland. Maar ook in Nederland vinden veel mensen dat meesterstrateeg Poetin recht van spreken heeft. Dat is ongelooflijk.

De angst dat de inzet van het Oekraïense leger in het oosten een Russische invasie zal veroorzaken, verlamt de regering in Kiev. Maar de antiterroristische operatie stokte gisteren ook door onzekerheid bij de Oekraïense militairen over hun rol: op Maidan weigerde het leger immers ook te schieten op de eigen bevolking. Die besluiteloosheid roept inmiddels bij de eigen bevolking steeds meer woede op: gaat na de Krim ook het Donbass verloren?

Dat sterkt steeds meer West-Europeanen in hun scepsis over Oekraïne, alleen federalisering kan het land nog redden. Zo is Rusland er al vóór de onderhandelingen in Genève in geslaagd het buurland te krijgen waar het het hebben wil. In heel Oost-Europa lopen de mensen inmiddels de rillingen over de rug.

Het meest verwerpelijke is dat de Poetin-begrijpers over de hoofden van 45 miljoen Oekraïners zaken willen doen met de sterke man in Rusland. Een grote meerderheid van de Oekraïeners is voor een onafhankelijke democratische staat en moet niets hebben van Ruslands inmenging. Maar de Putin-Versteher wentelen zich in een schuldgevoel over de vernederingen die wij het uiteengevallen Sovjetrijk zouden hebben aangedaan.

Dat Rusland gewoon last heeft van een postkoloniaal verliezerssyndroom wil er bij hen niet in. Dat het Westen de implosie van 1991 totaal niet had zien aankomen en er redelijk hulpeloos tegenover stond, willen zij niet zien. Het einde van de USSR werd veroorzaakt door de inefficiëntie van het communistische systeem. Natuurlijk is Oekraïne een kunstmatige staat en zijn de grenzen destijds willekeurig getrokken. Dat geeft het buurland nog niet het recht met geweld in te grijpen in een land dat het nog steeds als zijn achtertuin beschouwd. Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie was voor 25 miljoen Russen een trauma: zij woonden opeens in een ander land, zegt Poetin. Precies hetzelfde geldt nu voor de vele Krim-Tataren en Oekraïners op de Krim die níet voor aansluiting bij Rusland hebben gestemd. „Ik voel me alsof ik wakker ben geworden in een gevangenis”, schreef een vrouw uit Simferopol op Facebook.

De afgelopen maand was ik op de Krim, in Kiev, Charkov en Odessa. De meningen zijn verdeeld. Dat Oost-Oekraïners in de mijnstreek van Donetsk niets van Europa moeten hebben is begrijpelijk: de steenkool- en staalindustrie in het oosten kan de concurrentie met het Westen niet aan en zij vrezen voor hun baan. Ze voelen zich verbonden met de Russen en Witrussen. Maar nergens in Oekraïne worden de Russen en hun taal bedreigd. Moskou zweept ze op met griezelverhalen over ‘fascisten’ in Kiev, maar de meesten willen helemaal niet in Rusland wonen. De metaalarbeiders van Mariupol en de mijnwerkers van Donetsk protesteerden gisteren al tegen het agressieve straatschuim dat gewapend de macht heeft overgenomen. En ook veel burgers zien de sluipende coup met afgrijzen aan.

Het verlichtere deel van de bevolking, in een universiteitsstad als Charkov of een kosmopolitische havenstad als Odessa, gruwt van Moskous agressie en is woedend over de lastercampagne van Rusland. Michail Chodorkovski waarschuwde in Kiev: „We moeten niet laten gebeuren dat Poetin erin slaagt de eeuwenoude banden tussen Russen en Oekraïners voor decennia te verzieken.” Dat is Poetin intussen al aardig gelukt. Een Russische dichter in Odessa zei tegen me: „Ik walg zo van Poetin dat ik sinds de inval in de Krim principieel tegen het Russisch als tweede staatstaal in Oekraïne ben”.

Een vriend uit Moskou twitterde me gisteren: „Alle normale mensen hier zijn zwaar depressief. Mijn vrienden in Kiev en Charkov zijn bang, maar opgewekter. Dáár is nog waarheid, hier zijn alleen maar leugens”. Hij behoort tot het slinkende aantal fatsoenlijke Russen, dat niet wil leven in een dictatuur. Buig niet voor Poetin, maar voor deze mensen. Zij zijn geen wisselgeld in de geopolitiek.