Opinie

Bach & Witteman

Paul Witteman komt al decennia op tv, maar wat weten we eigenlijk van deze man? Vrijwel niets. Hij houdt van vragen stellen aan anderen, niet dat anderen hem iets vragen. Zelf blijft hij een sfinx. Dat siert hem; we weten al veel te veel over veel te veel mensen.

We weten alleen met zekerheid dat Witteman van klassieke muziek houdt. Bach is zelfs de belangrijkste man in zijn leven, al sinds zijn zesde, onthulde Witteman vorige week bij De Wereld Draait Door, in een uitzending gewijd aan de Matthäuspassion. Bach de belangrijkste – en dus niet, bijvoorbeeld, zijn vader.

In zijn eigen programma zei hij eens dat hij zichzelf één keer per jaar toestaat om te huilen: bij de Matthäuspassion. Dat is geen bekentenis; het is typisch Nederlands. Typisch voor een generatie mannen die wat moeite hebben met voelen, en alleen huilen via Bachs bemiddeling. Voor die mannen is de Matthäuspassion speciaal uitgevonden; daarin wordt bitter veel geweend. En nergens op aarde wordt-ie zo veel opgevoerd als in Nederland. Dat komt door onze post-protestantse weemoed.

Volgens een vriendin van me komt het ook omdat in Noord-Europese landen emotie ondergeschikt is aan ratio; Bach is onze emotiegeleider. Klopt, denk ik. In Nederland strijden we al eeuwen tegen de zee en tegen zilte tranen. Het is zelfs een wetmatigheid: in landen waar het vaker regent, wordt minder gehuild. Men kropt op, en luistert Bach, als emotioneel afwateringssysteem.

Een man mag niet huilen, behalve om Bach. We leven niet in een emotiecultuur, we onderdrukken emoties. Er is hoogstens veel emotiekitsch, zoals The Passion vanavond op tv. Maar de echte traan blijft genant, hoewel het vermogen om te huilen ons juist van dieren onderscheidt. We slaan de handen voor de ogen, snikken „sorry” – alsof dat verdomde lichaam zojuist iets ongepasts deed, een boertje, een scheet – schaamte.

Tegelijk vinden we het wel fijn om iemand op tv te zien huilen. Zoals deze week Pharell Willams, van de wereldhit Happy, bij Oprah. „Sorry”, zei Pharell snikkend. Vertederend. Het kan ook misgaan. Bijvoorbeeld toen Toine van Peperstraten na twintig jaar afscheid nam van Studio Sport. Hij onderdrukte zijn snik, en stootte juist daardoor een vreemde piep uit, iets tussen een hikje en een scheidsrechtersfluitje.

Succesvol huilen luistert heel nauw. De veiligste manier is via Bach. Wie zegt: „Ik heb gehuild om Bach”, krijgt begrijpende blikken. Bach luisteren is als uien snijden: een veilig alibi voor je tranen. Bach is een ui. Een salonfähige ui.

En ja, het is ook verschrikkelijk mooie muziek. Ik kan geen noten lezen, maar alleen al het zien van een Bachpartituur laat me snikken. Het werkt ook met Total Eclipse of the Heart van Bonnie Tyler, maar dat is persoonlijk. Natuurlijk huil je niet echt om Bach, maar om dat diepe verdriet in iedere ziel; die snaar waar alleen Bach op kan tokkelen, eens per jaar. Je zet het in je agenda: zaterdag 19 april vanaf 11.30 uur in de Grote Kerk van Naarden bij het Erbarme dich komen ze: waterlanders, duur als kristal.

Zal Paul Witteman huilen, straks, bij zijn laatste Pauw & Witteman? Nee. Tenzij iemand Bach draait.