Rapport: Nederlandse leerlingen zijn niet gemotiveerd

Foto ANP/ Koen Suyk

De Inspectie van het Onderwijs vraagt aandacht voor het gebrek aan motivatie en plezier bij Nederlandse scholieren in haar vandaag verschenen rapport De staat van het onderwijs (pdf). Nederlanders “ervaren het recht op onderwijs louter als een plicht”, concludeert de inspectie.

Ze zette voor haar jaarlijkse verslag een aantal vergelijkende internationale onderzoeken van de OESO op een rij, en koppelde die aan eigen observaties. Uit onderzoek was al gebleken dat nergens in de ontwikkelde wereld leerlingen minder plezier hebben in wiskunde en lezen dan in Nederland.

De inspecteurs noteerden bij hun schoolbezoeken ook een flink aantal lessen waarbij de leerlingen met iets anders bezig waren dan de les: op het basisonderwijs negen procent van de lessen en in het voortgezet onderwijs 21 procent.

Annette Roeters, inspecteur-generaal van het onderwijs, zegt tegenover onderwijsredacteur Bart Funnekotter vanmiddag in NRC Handelsblad dat de inspectie uitgebreid met leerlingen heeft gesproken over iets als motivatie:

“Zij vertellen ons dat de motivatie wegzakt als ze weten dat ze voor een opdracht geen cijfer krijgen. En als het wel voor een cijfer is, gaan ze niet tot het uiterste. Een zes vinden ze genoeg.”

Aantal zwakke scholen verminderd

In het rapport staat verder dat het aantal scholen die in 2013 onder de maat presteerden opnieuw is gezakt. In het basis-, voortgezet en speciaal onderwijs slaagden tientallen scholen die in 2012 nog in de problemen zaten erin hun zaken op orde te krijgen.

Kwaliteitsstandaard amper gebruikt voor klas

De inspectie schrijft dat er vaak een systeem is op scholen waarmee de kwaliteit bewaakt wordt, maar deze “is er lang niet altijd op gericht om het handelen van leraren te verbeteren”. De scholen en opleidingen meten vrijwel allemaal de resultaten van leerlingen en studenten, maar slechts de helft trekt hier lessen uit voor het onderwijs.

Ook evalueren scholen en opleidingen de tevredenheid van leerlingen en studenten, maar doen vervolgens weinig met de resultaten. Vrijwel alle scholen hebben bovendien in systemen geïnvesteerd om de kwaliteit in kaart te brengen, maar het lukt ongeveer de helft van de scholen niet de informatie te gebruiken voor kwaliteitsverbetering.

Inspecteur-generaal Roeters hierover in NRC Handelsblad op de vraag of de scholen de gegevens niet verzamelen, simpelweg omdat het moet:

“Geen enkele school zou zoiets moeten doen voor ons. Als uit het leerlingvolgsysteem blijkt dat een leerling niet goed is in taal, dan moet er in de klas natuurlijk wat mee gebeuren. Of neem de verzuimregistratie die is bedoeld om schooluitval te voorkomen. Je moet als school dat soort gegevens niet alleen opslaan, maar ze ook bespreken met de leraren van een leerling die vaak afwezig is. Soms lijkt het erop dat het bijhouden van deze systemen een doel op zich is geworden, in plaats van een middel om het onderwijs te verbeteren.”

Passend onderwijs

Het baart de inspectie zorgen dat ouders en leraren nog “te weinig betrokken” worden bij de invoering van het passend onderwijs. Die vindt op 1 augustus plaats. Scholen krijgen dan een zorgplicht en zijn ervoor verantwoordelijk om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Deze onderwijsvernieuwing moet “niet blijven stokken op systeemniveau, maar leiden tot betere ondersteuning van leerlingen in de klas”, schrijft de inspectie.

Naast de punten van kritiek, benadrukt de inspectie dat leerlingen over het algemeen genomen tevreden zijn over het onderwijs in Nederland. Ze behalen bovendien gemiddeld “goede resultaten”. Leerlingen presteren internationaal in de “subtop”.