Opstelten stapt over de grens

In de zaak-Demmink lijkt het er steeds meer op dat eind jaren 90 politie-onderzoek naar ernstige zedendelicten door leden van de top van het Openbaar Ministerie is gesaboteerd. En wel door datzelfde OM. Dat zou kunnen duiden op corruptie binnen de top van het ministerie van Justitie. Gisteren deed een oud-politieman bij de rechter vergeefs een beroep op zijn ambtsgeheim. Waarna hij, gedwongen door de rechter, onthulde destijds met observatieteams drie hoofdofficieren van justitie en topambtenaar Demmink te hebben moeten volgen. Dat kwam er niet van, omdat zijn leidinggevende contact zocht met één van de kennelijk verdachte hoofdofficieren. Waarna de heren gezamenlijk besloten dat zo’n onderzoek overbodig was.

Tsja. Wat hiervan te denken? Wij weten het niet, maar de burger kan zich op zijn hoofd krabben. Hield de top van politie het OM bewust de hand boven het hoofd? Wat wist men van elkaar? Eerder liet de toenmalige onderzoeksleider al weten door de ambtelijk topman van Justitie telefonisch ter verantwoording te zijn geroepen over dit ‘geheime’ politie onderzoek. Waarna het vastliep. Toeval?

Over naar de minister van Veiligheid en Justitie die gistermiddag voor de NOS-microfoon commentaar gaf. Opstelten deed daar twee volstrekt tegenstrijdige mededelingen. 1. De zaak-Demmink is niks, was niks en wordt niks. En 2: ik sta ervoor dat het OM nu volledig zijn onderzoek kan doen en niet gehinderd wordt door mijn uitspraken. Dat gaat dus niet samen. Deze kwestie speelt zich af in het hart van de rechtsstaat. Opstelten stelt zich in de Kamer op het standpunt dat er niets aan de hand is. Dat helpen we hem hopen, maar zeker is dat niet. Sterker, dat is steeds minder zeker.

Naarmate er meer informatie boven komt die de twijfel voedt, dient de minister zich voorzichtiger op te stellen. Een minister die politiek verantwoordelijk is voor het OM kan niet, nee, mag niet, publiekelijk verkondigen dat een potentieel explosief onderzoek „niks is” en „niks wordt”. Zeker niet nu de kwestie draait om bestuurlijke beïnvloeding van een politie-onderzoek. Dan vestigt de minister namelijk de indruk dat hij, met een enkel telefoontje hier of daar, zich ook van de door hem gewenste uitkomst zal verzekeren. Of dat mogelijk al gedaan heeft. Verzekeren dat het OM „niet gehinderd wordt door mijn uitspraken” klinkt dan als een waarschuwing. De minister moet ruim baan maken voor het onderzoek. Stellige uitspraken doen over de uitkomst is hier zelfs verdacht.