De waterkoker slurpt het meest

Veel huishoudens hebben geen idee hoeveel gas en elektriciteit ze verbruiken // Er zijn steeds meer apparaten te koop die inzicht bieden // Ze helpen inderdaad met besparen, tenzij je al zuinig was

Wat zijn bij jou thuis de grootverbruikers? Is het de koelkast? De oude vriezer in de schuur? Die goedkope waterkoker? Hoeveel gas kost een zachtgekookt eitje eigenlijk?

De meeste mensen hebben geen flauw idee. Huishoudens die een energiemanager in huis hebben wel. Er zijn steeds meer van die apparaatjes in omloop. Van uitgebreide pakketten die gas- en elektriciteitsverbruik real time in kaart brengen tot stekkerblokken die een los apparaat meten. Kun je er honderden euro’s per jaar mee besparen, zoals sommige fabrikanten zeggen? En als je er een wil, waar moet je dan op letten?

Een energiemanager is niet hetzelfde als een slimme energiemeter. Die laatste zijn de digitale meters die voor de analoge draaischijfmeters of pulsmeters van het energiebedrijf in de plaats komen. Veel nieuwbouwhuizen hebben er al een in de meterkast hangen. De energiemanager is een ‘laag’ daarbovenop, hij leest met de meter mee. Het biedt huishoudens de mogelijkheid om het energieverbruik in huis te analyseren. Met een stekker (slim) of plakkers (analoog) sluit je hem aan op je energiemeter. Hoe nieuwer je meter hoe makkelijker dat is.

Grafiekjes-walhalla

Gegevens over het verbruik stromen vervolgens binnen. In een display, app of website. Een walhalla voor wie van grafiekjes houdt. Een kostenbespaarder voor wie al z’n apparaten op stand-by laat staan en van lekker lang douchen houdt.

Zo’n 70 procent van het energieverbruik van huishoudens bestaat uit gas. De overige 30 procent is elektriciteit. Wie zijn volledige energieverbruik in kaart wil brengen zal dus het meeste hebben aan een uitgebreide energiemanager. Toon van Eneco of de E-manager van Nuon meten bijvoorbeeld zowel gas als elektriciteit. Maar gasverbruik is vooral afhankelijk van de mate van isolatie en grootte van je huis. Daaraan iets veranderen heeft meer voeten in de aarde dan zuiniger omgaan met je computer. Wie zuiniger om wil gaan met elektriciteit heeft ook al veel aan een apparaat dat alleen elektriciteitsverbruik meet, de Qbox of de Wattcher bijvoorbeeld. Een stekkermeter is nuttig als je van één apparaat wil weten hoeveel het gebruikt, zoals je televisie in stand-by, je nieuwe computerscherm of dat trage tosti-ijzer.

Wat zorgt er voor die piek?

Alle energiemanagers geven het verbruik (bijna) real-time weer. Dat is handig, er staat namelijk niet bij welke piek in het verbruik door welk apparaat komt, maar je weet vaak nog wel hoe laat je de waterkoker aanzette of ging douchen. Zo zie je waarop je kunt besparen. Ook fijn: als je net op weg naar Zuid-Frankrijk bent, kun je nog even op je telefoon kijken of het gas en de krultang wel echt uit staan.

Om uit te vinden of je veel of weinig verbruikt heb je vergelijkingsmateriaal nodig. Gelukkig zorgt de software bij de meeste meters hiervoor. Je kunt vergelijken met jezelf een dag of maand eerder (verbruik je in het weekend meer dan doordeweeks?), met de buurt of met anderen die ook in een rijtjeshuis uit 1920 of een appartement in een nieuwbouwflat wonen. Goed voor het perspectief.

Goed voor je portemonnee

Interessant, al dat inzicht. Maar wat betekenen al die kilowatturen en kubieke meters voor je portemonnee? Dat verschilt natuurlijk per energieleverancier, maar gemiddeld kost elektriciteit zo’n 23 cent per kilowattuur en gas 65 eurocent per m3.

Wat kun je zoal doen voor 1 kWh elektriciteit? Drie kwartier stofzuigen en een half uur water koken in de waterkoker bijvoorbeeld. Wie 4 uur per dag televisie kijkt verbruikt per jaar tussen de 100 (led) en 500 (plasma) kWh. Een minuut douchen kost op jaarbasis aan water en gas zo’n 15 euro; per douchebeurt van 10 minuten betaal je zo’n 40 cent. Wie liever in bad gaat is het dubbele kwijt. En een zuinig huishouden zet de wasdroger snel op marktplaats: een rondje drogen kost ruim 1 euro per keer. Aan de lijn is het gratis.