Opinie

Het politiekste IPCC-rapport is ook af

Ook werkgroep III van het IPCC heeft zijn rapport afgerond. Zondag verscheen de samenvatting voor beleidsmakers van het meest politieke onderwerp in het kader van het IPCC, manieren om broeikasgassen te reduceren. En toch lijkt het erop dat werkgroep III over het algemeen minder kritisch wordt gevolgd dan de twee andere werkgroepen, over het fundament van de klimaatwetenschappelijke kennis en over de gevolgen van de opwarming.

Voor de onderhandelaars die afgelopen week de samenvatting voor beleidsmakers (SPM) nog eens door de molen haalden, geldt dat overigens niet. Veel landen zijn zich er terdege van bewust dat dit derde rapport in Parijs, waar in 2015 een nieuw klimaatakkoord moet worden gesloten, een heel belangrijke rol gaat spelen. Wat hier zwart-op-wit staat, kan straks in Parijs niet meer ter discussie worden gesteld.

Dat bleek ook wel uit wat er naar buiten kwam over de onderhandelingen. Zo wilden ontwikkelingslanden koste wat het kost voorkomen dat er grafieken in de samenvatting zouden worden opgenomen waarin te zien is dat er grote verschillen bestaan tussen de uitstoot van broeikasgassen door de armste landen en door de lagere en hogere middenklasse landen. Ze zagen het als een truc van de rijke landen om hen uit elkaar te spelen.

Het leidde tot langdurige onderhandelingen, met als eindresultaat dat dan ook de grafiek over de historische emissies (waarin juist de verantwoordelijkheid van de rijke landen goed zichtbaar is) uit het rapport werd gehaald. Veel maakt het eigenlijk niet uit, want de grafieken komen wel gewoon in de ‘technische samenvatting’ die de grondslag vormt voor het beleidsrapport.

Het nieuwe rapport is niet alarmistisch. Dat wil zeggen volgens de auteurs is het nog steeds mogelijk om, tegen relatief geringe kosten, gevaarlijke opwarming te voorkomen. Zonder maatregelen groeit de consumptie naar verwachting wereldwijd met 1,6 tot 3 procent per jaar. Als er werk wordt gemaakt van een ambitieus mitigatieprogramma (een CO2-reductie van 40 tot 70 procent in het midden van de eeuw en een vrijwel koolstof-neutrale energieopwekking rond 2100) zou dat een daling van de consumptiegroei met 0,06 procentpunten betekenen.

Maar dat is meteen het probleem. Want ondanks het reductiebeleid in een groot aantal landen, en ondanks een kleine dip in de CO2-uitstoot door de economische crisis, blijkt de uitstoot van broeikasgassen onverminderd door te gaan. De afgelopen tien jaar steeg die met 2,2 procent, wat een snellere stijging is dat in de decennia daarvoor.

Bij ongewijzigd beleid zal de concentratie van broeikasgassen, die in 2011 nog ongeveer 430 ppm bedroeg (CO2-eq, dus met de overige broeikasgassen, omgerekend naar CO2), in 2030 uitkomen boven de 450 ppm en doorstijgen naar 750-1300 ppm aan het eind van de eeuw. Dat zou kunnen leiden tot een stijging van de gemiddelde temperatuur met 3 tot 5 graden Celsius.

Maar, zoals gezegd, als alles uit de kast wordt gehaald – dus ook kernenergie, herbebossing en opslag van broeikasgassen (o.a. in de nog experimentele vorm van BECCS, dat wil zeggen biobrandstof met CCS) – hoeft het niet zo ver te komen.

Paul Luttikhuis
Blogger

Paul Luttikhuis

Buitenlandredacteur Paul Luttikhuis volgt op dit blog nieuws over klimaatverandering. Hij schrijft over sociale en economische gevolgen, over manieren waarop landen zich daarop voorbereiden, over nieuwe wetenschappelijke inzichten en over de onderhandelingen na ‘Parijs’. Regelmatig zullen gastauteurs hun licht laten schijnen op deze thema’s.